Prins Laurent in beroep tegen dotatiesanctie opgelegd door regering
Prins Laurent gaat in beroep tegen de sanctie die de regering tegen hem heeft opgelegd. Dat meldt zijn advocaat in een persbericht.
De plenaire Kamer besliste eerder de dotatie van prins Laurent met 15 procent in te trekken. De regering wou een sanctie voor de prins, omdat die zonder toestemming in legeruniform een plechtigheid had bijgewoond op de Chinese ambassade.
"Na zorgvuldig het institutionele en juridische kluwen van de situatie te hebben in overweging genomen, heeft prins Laurent van België beslist een annulatieberoep in te stellen tegen de sanctie die hem werd opgelegd", zo stelt zijn advocaat Laurent Arnauts nu.
Volgens de advocaat kreeg de prins geen antwoord op het voorstel dat hij recentelijk opnieuw formuleerde aan de regering, van zijn situatie en die van zijn familie te verduidelijken in een protocol ter aanvulling van de Dotatiewet. "Ook kan de prins onmogelijk instemmen met de schendingen van de fundamentele rechten die hem opnieuw te beurt zijn gevallen", zo klinkt het.
"Het annulatieberoep, dat kortelings zal worden neergelegd, baseert zich onder andere op de schending van zijn rechten van de verdediging en machtsoverschrijding.”
Arnauts had voor een speciale commissie in de Kamer eerder al kritiek geuit op het feit dat Laurent een sanctie kreeg zonder dat hij zichzelf kon verdedigen. Bovendien komt de vermindering van de dotatie met 46.000 euro de facto overeen met de hele jaarlijkse nettobezoldiging van de prins, stelde hij.
De advocaat had als alternatieve sanctie de opstelling van een protocol voorgesteld waarin de verplichtingen van de prins beter worden omschreven, en waarin tools zijn opgenomen om te controleren of die verplichtingen worden nageleefd. Uiteindelijk stemden 93 Kamerleden toch voor de vermindering van de dotatie, 23 stemden tegen.
Op de vraag van Belga waarom hij in beroep gaat bij de Raad van State en niet naar de rechtbank trekt, wilde Arnauts niet reageren. Wel stelt de advocaat dat hij met de aankondiging van het beroep op 20 juli - de dag van de toespraak van koning Filip en de dag voor de nationale feestdag - "niet als doel heeft om te interfereren in de huidige feestperiode".