Rekenhof maakt kipkap van personeelsbeleid De Lijn
De Lijn is niet altijd even objectief bij het aanwerven van personeel. Externe kandidaten krijgen soms geen gelijkwaardige procedure, terwijl ook de mogelijkheid om intern mensen te bevoordelen niet lijkt te stroken met het gelijkheidsbeginsel. Dat stelt het Rekenhof in een nieuw rapport. Het hof stelt ook vast dat de selectieve wervingsstop sinds 2010 nog geen duurzame besparingen opleverde.
Volgens het Rekenhof gaan aanwervingen bij De Lijn niet altijd zoals het hoort voor een overheidsbedrijf. Interne en externe kandidaten moeten niet altijd dezelfde procedure doorlopen, wat vragen doet rijzen over de lijst met gerangschikte kandidaten die uit de selecties volgt.
Bovendien maakt De Lijn externe vacatures niet altijd even ruim bekend, wijkt ze soms af van de gestelde diplomavoorwaarden en past ze de voorrangsregels niet altijd consequent toe. De controle van het vereiste diploma en de eventuele ervaring gebeurt dan weer "vaak louter op basis van de verklaringen in het cv".
Onduidelijkheid
Voorts respecteert het bedrijf de wettelijke voorwaarden voor de inzet van uitzendkrachten niet, vervolgt het Rekenhof. En door gebrek of onduidelijkheid van de algemene regels, verschilt de selectie voor eenzelfde functie sterk van entiteit tot entiteit.
De resultaten van het personeelsbeleid zijn evenmin eensluidend positief. Het streefcijfer voor de tewerkstelling van nieuwe Belgen haalt De Lijn wel, maar het aantrekken van vrouwelijke chauffeurs en technici blijft moeilijk, aldus het Rekenhof.
Het strikte vervangingsbeleid en de selectieve wervingsstop werpen voorlopig in elk geval geen vruchten af, besluit het Rekenhof. Van duurzame besparingen door het schrappen van functies is voorlopig geen sprake.
Geen draagvlak
Algemeen besluit het Rekenhof dat de centrale wervings- en selectieregels van De Lijn "onduidelijk zijn, ontbreken of geen draagvlak hebben". De centrale personeelsdirectie oefent ook onvoldoende toezicht uit. Aanleiding is onder meer dat het personeelsplan van De Lijn nog maar gedeeltelijk is aangepast aan de reorganisatie die in al 2004 van start ging.
Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits schaart zich achter de conclusies van het Rekenhof en heeft De Lijn intussen gevraagd de "invulling te geven aan de aanbevelingen" van het Rekenhof. De vervoersmaatschappij heeft volgens haar ook al laten weten dat te zullen doen.
"Geen klassieke administratie"
Maar bij De Lijn willen ze toch enkele kanttekeningen bij het rapport. Zo erkent woordvoerster Astrid Hulhoven bijvoorbeeld dat interne kandidaten soms niet aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen, "maar dat is paritair zo vastgelegd en dus volledig wettelijk".
Waarom het Rekenhof er dan toch vragen bij heeft? "Dat zou je bij het Rekenhof moeten vragen", klinkt het. "We zitten een beetje op een tweespalt: enerzijds horen we bij de overheid, maar tegelijk zijn we toch een extern verzelfstandigd agentschap dat niet helemaal werkt zoals een klassieke administratie".
"Net als in de privé" vraagt De Lijn om die reden bijvoorbeeld ook geen diploma's vanaf de eerste sollicitatie, vervolgt Hulhoven, al wordt dat nu wel overwogen. En ook het gebruik van gerichte vacatures past in die filosofie. "Chauffeurs voor Vlaams-Brabant gaan we inderdaad niet in West-Vlaanderen zoeken."
Dat de aanwervingsstop niet tot besparingen leidt, ontkent De Lijn in elk geval met klem. "De vraag was om het aantal koppen te verminderen, niet het aantal functies", argumenteert Hulhoven nog. Volgens haar is wel degelijk sprake van besparingen.