Sven Mary: "Belkacem is de ideale spuwbak voor de samenleving"
Eind september start het terrorismeproces tegen de radicale moslimorganisatie Sharia4Belgium en haar woordvoerder Fouad Belkacem. Zonder strafpleiter Sven Mary (42) weliswaar, die het te druk had met een andere zaak. Wat niet wegneemt dat hij nog steeds een mening heeft over de hele kwestie, zo blijkt uit een interview in de krant De Zondag. "Ik word ziek van de show die die Bontinck-vader opvoert."
Volgende maand gaat in Hasselt het megaproces-Aquino van start tegen 38 personen die verdacht worden van cocaïnesmokkel, verboden wapens en witwaspraktijken. Silvio Aquino, één van de spilfiguren, wordt verdedigd door Hans Rieder en Sven Mary. Het verklaart waarom die laatste in juni aankondigde Fouad Belkacem van Sharia4Belgium niet meer te zullen verdedigen. "Tijdsgebrek. Ik heb een keuze moeten maken. Ik ben al vele jaren advocaat van Aquino. Het financiële speelt ook een rol. Ik kies niet voor degene die het meeste biedt, maar een cliënt moet het financieel wel kunnen dragen", klinkt het in De Zondag.
Toch vindt hij het jammer, want hij noemt de beschuldigingen voor Belkacem overroepen. "Men doet Belkacem veel eer aan door hem tot staatsvijand nummer één uit te roepen. Hij is geen terrorist, ik blijf daarvan overtuigd. Hij interpreteert zijn godsdienst op een radicale manier, en hij moet meer nadenken voor hij iets zegt, maar tussen vrijheid van meningsuiting en daadwerkelijke uitoefening van terrorisme gaapt een grote kloof. En dan de beschuldiging dat hij jongens naar Syrië zou sturen, pfff. Ik word ziek van de show die die Bontinck-vader opvoert (Dimitri Bontinck, vader van de teruggekeerde Syriëstrijder Jejoen, nvdr). Zijn zoon heeft intussen tien verschillende verklaringen afgelegd."
Volgens Mary kan het proces-Belkacem niet meer eerlijk gevoerd worden. "België heeft een zondebok nodig. Het is gemakkelijker om de verantwoordelijkheid voor de Syriëstrijders in de schoenen van Belkacem te schuiven dan te kijken naar de mislukte integratie in de samenleving. Belkacem is een ideale spuwbak."
Nemmouche geweigerd
Mary wil in het interview overigens weerleggen dat hij enkel de advocaat van de 'zware jongens' is, genre Sekkaki, Kaplan, Belkacem. "Ik verdedig ook slachtoffers, de brandweermannen van de gasramp in Gellingen bijvoorbeeld. Maar de mensen vergeten dat." Toch werkt hij graag met de 'onverdedigbaren'. "Zij zijn veeleisend, maar respectvol. Veel gevangenen beschouwen hun advocaat als hun sociaal assistent. Ik laat dat niet toe. Ik word betaald om zaken op te lossen, niet om schouderklopjes te geven. Die mannen beseffen dat goed."
Wat niet betekent dat hij iedereen zou kunnen verdedigen, benadrukt hij. "Ik weiger extreemrechts en racistische zaken. Ik zou gewetensbezwaren hebben. Ik heb bijvoorbeeld Mehdi Nemmouche, de vermoedelijke dader van de aanslag op het Joods Museum, geweigerd. Mijn oom, bij wie ik ben opgegroeid, is conservator geweest van het deportatiemuseum in Breendonk en Mechelen. Dat draag je mee."
Het is gemakkelijker om de verantwoordelijkheid voor de Syriëstrijders in de schoenen van Belkacem te schuiven dan te kijken naar de mislukte integratie in de samenleving.