Van Den Driessche: "Wat Beke beweert, is nonsens"
De verhalen rond ex-CD&V'er en huidig N-VA'er Pol Van Den Driessche over diens wangedrag ten aanzien van vrouwen, hebben meegespeeld in de beslissing van CD&V om hem geen rol meer te laten spelen binnen de partij in Brugge. Dat heeft CD&V-voorzitter Wouter Beke vandaag gezegd voor de VRT-camera's van Villa Politica in de Kamer.
Beke bevestigde dat er "eind 2011" nog gesprekken geweest zijn met Van Den Driessche over een mogelijke rol bij de lokale Brugse CD&V-afdeling. De verhalen die ook toen de ronde deden zijn echter "één van de overwegingen" geweest om hem niet meer te betrekken.
Valselijke beschuldigingen aan adres CD&V beu
Ook in zijn CD&V-periode deden de geruchten dus al de ronde, aldus Beke. "Toen hebben wij ook niet gezegd: 'oeioei, dat is een complot tegen CD&V'", hekelde hij, verwijzend naar de insinuaties van N-VA'ers dat CD&V de hand had in het Humo-artikel dat de bal aan het rollen bracht. "Dat men continu op die nagel blijft kloppen en ons op valselijke manier blijft beschuldigen, ik ben dat stilaan wel beu."
Niet verantwoordelijk
"Ik ben niet verantwoordelijk voor het gedrag van Pol Van Den Driessche, maar ook niet voor wat er gebeurd is. Dat is een zaak tussen Van Den Driessche en die vrouwen", besloot Beke. "Men moet dus niet naar ons zitten kijken, het probleem zit duidelijk ergens anders."
"Kant noch wal"
Van Den Driessche doet de verklaring van Wouter Beke af als nonsensikaal. Volgens Van Den Driessche raakt die bewering kant noch wal. "Na de verkiezingen van juni 2010 heb ik mijn engagement bij CD&V gestopt. Dat is in alle rust verlopen en afgerond met een mooi afscheidsfeestje. Daarna heb ik op geen enkel ogenblik nog gesolliciteerd naar een plaats op de Brugse lijst van CD&V." De huidige N-VA'er zegt dat hij met niemand van CD&V ooit een gesprek heeft gehad over zijn vermeende probleem met vrouwelijke collega's. "Ik ben daarover nooit aangesproken door Beke, maar ook niet door Leterme of Crevits, door niemand bij die partij."
Wouter Beke reageerde dinsdag al via Twitter, waar hij onderstaande tweet postte.