Van Overtveldt past wetsontwerp fiscale regularisatie niet aan
Ondanks het advies van de Raad van State ziet minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) geen enkele reden om zijn wetsontwerp over de fiscale regularisatie aan te passen, laat staan het af te voeren.
Van Overtveldt deelt de mening van de Raad van State dat samenwerkingsakkoorden met de gewesten "zinvol en wenselijk" zouden zijn, maar omdat het wetsontwerp zich enkel richt op federale belastingen, stelt zich volgens de minister geen probleem op het vlak van bevoegdheden.
Het nieuwe advies kwam er op vraag van de oppositie, die amendementen had ingediend op het wetsontwerp van Van Overtveldt. Eerder had de Raad van State al gewezen op een mogelijk bevoegdheidsprobleem, omdat de ontdoken belastingen die voor een regularisatie in aanmerking zouden komen, even goed gewestelijke bevoegdheid zouden kunnen zijn.
Omdat overleg met de gewesten over een samenwerkingsakkoord geen resultaat opleverden - Wallonië en Brussel kantten zich tegen de plannen - beperkte minister Van Overtveldt zijn tekst tot de federale belastingen. De oppositie dwong daarop nieuw advies af van de Raad van State op een reeks eigen amendementen. Oppositiepartijen PS en sp.a concludeerden donderdag uit dat advies dat de minister zijn wettekst best in de prullenmand kiepert.
Niet dus. "Ik zie geen enkele reden om het wetsontwerp aan te passen, laat staan af te voeren", reageert minister Van Overtveldt vrijdag. "De Raad van State geeft aan dat samenwerkingsakkoorden met de gewesten zinvol en wenselijk zijn. Dat is uiteraard ook ons standpunt. Dergelijke samenwerking kan de fiscale regularisatie enkel maar versterken. Daar ligt dus een stuk verantwoordelijkheid bij de gewesten".
"Ik zie geen enkele reden om het wetsontwerp aan te passen, laat staan af te voeren"
Verdere procedure
Omdat die samenwerkingsakkoorden er voorlopig niet zijn, richt de wettekst zich enkel op federale belastingen, waardoor er zich dus ook geen probleem op vlak van bevoegdheden stelt, concludeert de minister. "Het wetsontwerp biedt de nodige ruimte om in latere fase samenwerkingsakkoorden in te passen. Met Vlaanderen lopen de gesprekken over zo'n samenwerkingsakkoord overigens uitstekend. We hopen die spoedig te kunnen afronden. Ondertussen kan het wetsontwerp de verdere procedure in het parlement volgen en ter stemming voorgelegd worden".
Van Overtveldt merkt op dat het advies van de Raad van State de amendementen viseert en niet het wetsontwerp zelf. Bovendien wijst hij erop dat de Raad van State heel wat opmerkingen maakt over de kwaliteit, de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de amendementen, bijvoorbeeld over een koppeling tussen de wet met de inwerkingtreding van de samenwerkingsakkoorden.