Vande Lanotte: "Groenkracht voldoet aan alle voorwaarden"
Volgens vicepremier en minister van Economie Johan Vande Lanotte (sp.a) voldoet de cvba Groenkracht, de belangrijkste ontwikkelingspartner van het noodlijdende Electrawinds, "op dit moment" aan alle wettelijke criteria. Dat is zijn antwoord op een vraag van Jean-Marie Dedecker (LDD) vandaag op de tribune van de Kamer.
Dedecker startte zijn betoog met de mededeling dat hij Vande Lanotte niet zou vragen naar de belangenvermenging waarin hij zich als voormalig bestuurder bij Electrawinds en als politicus mogelijk schuldig gemaakt heeft. "Iedereen weet dat Electrawinds geen windeieren gelegd heeft", klonk het.
De LDD'er stelde zich wel openlijk vragen bij de manier waarop de cvba Groenkracht, die investeert in windturbineparken, solarprojecten en biomassacentrales en het nu noodlijdende Electrawinds als belangrijkste ontwikkelingspartner heeft, mensen lokte om te investeren.
"Een tweede Arco"
Dedecker citeerde onder meer de beloofde opbrengst van 6 procent en het feit dat elke belegging bij Groenkracht als "veilig" aan de man gebracht werd. "Ik vrees dat we een tweede Arco krijgen", verwees hij naar de gekapseisde financiële arm van het ACW.
Rustig legde Vande Lanotte uit dat hij, als minister van Economie, en minister van Financiën Koen Geens bevoegd zijn voor het toezicht op coöperatieve vennootschappen. "Het is mijn bevoegdheid om de zeven criteria voor zulke coöperatieven te controleren", zei Vande Lanotte.
"Voldoet aan alle voorwaarden"
Vennootschappen die als een coöperatieve erkend willen worden, moeten onder meer kunnen aantonen dat alle vennoten vrij kunnen instappen, dat de stemming op de algemene vergadering democratisch is en dat de jaarlijkse rentevoet niet hoger mag zijn dan 6 procent.
"De cvba voldoet op dit moment aan alle voorwaarden. Daarom werd ze in 2004 ook erkend en werd die erkenning in 2011 verlengd", legde Vande Lanotte uit. "Maar ik ga niet ontkennen dat er niettemin reden tot bezorgdheid is bij Groenkracht. We moeten ons de vraag stellen of de huidige regelgeving in de toekomst nog houdbaar is." Dieper wilde hij daar echter niet op ingaan.
N-VA
Oppositiepartij N-VA stelde zich vragen bij de deontologie van Vande Lanotte en bij uitbreiding de hele regering. De West-Vlaamse Cathy Coudyser stelde voor de deontologische code voor ministers in die zin uit te breiden dat oud-ministers gedurende achttien maanden na hun functie geen mandaat mogen opnemen in sectoren die onder hun bevoegdheid vielen - conform de code die voor voormalige Europees commissarissen gehanteerd wordt. "Dit zal u en uw collega's in veiligheid brengen", zei ze.
Eerste minister Elio Di Rupo (PS) ging op het voorstel niet in. Hij legde uit hoe zijn ministers bij hun aantreden gevraagd is ontslag te nemen uit hun bestuursmandaten en eventueel resterende mandaten te melden, "om belangenvermenging te vermijden". Ook Vande Lanotte stelde zich met deze voorwaarden in regel, zei de premier. "Hij is momenteel enkel nog onbezoldigd voorzitter van twee lokale Oostendse vzw's."
Groen
Wouter De Vriendt (Groen) vroeg minister van Financiën Geens om meer parlementaire controle op de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM). Geens maakte geen opening in die zin, maar zei dat alle beslissingen met betrekking tot Electrawinds die de FPIM sinds 2009 nam en alle investeringen die ze deed, "steeds in haar eigen belang en in het belang van Electrawinds waren".
Momenteel werkt de maatschappij mee aan een oplossingen om de continuïteit van het bedrijf Electrawinds en van de tewerkstelling te garanderen, vulde Geens aan.