Vandeput blijft op de vlakte over nucleaire optie nieuwe gevechtsvliegtuigen
Minister van Defensie Steven Vandeput spreekt zich nog niet uit over de mogelijke vereiste voor de nieuwe Belgische gevechtsvliegtuigen om kernwapens te vervoeren en af te werpen. Tot vandaag is daar alvast niet over gesproken met de kandidaat-leveranciers, zei hij in de Kamer.
Vandeput krijgt al maanden vragen over de opvolging van de verouderde F-16's. Telkens opnieuw verwijst hij naar het strategisch plan waar hij aan sleutelt voor het leger. Pas als daar een akkoord over bestaat binnen de regering, zal duidelijk zijn wat de nieuwe straaljagers nog zullen moeten kunnen, herhaalde hij woensdag opnieuw.
De oppositie vond dat echter te mager, niet in het minst omdat Vandeputs partij N-VA in het Vlaams Parlement mee een resolutie uitwerkte die pleit voor het bannen van kernwapens van het Vlaamse grondgebied. Bovendien heeft ook de federale meerderheid in de Kamer een resolutie klaar waarin de regering wordt aangespoord om - weliswaar in het raam van multilaterale onderhandelingen - actief te blijven ijveren voor het "helemaal kernwapenvrij" maken van het eigen grondgebied.
Ecolo beet zich vandaag ook vast in het woordje 'deterrence' uit de eerste bevraging die defensie uitstuurde naar vijf mogelijke leveranciers van de nieuwe gevechtsvliegtuigen. Voor Benoît Hellings slaat dat duidelijk op nucleaire ontrading, maar dat sprak Vandeput met klem tegen. "Het eerste doel van elk leger is het ontraden" van mogelijke aanvallen, argumenteerde de minister.
Vandeput onderstreepte daarbij dat een eventuele nucleaire rol tot dusver niet ter sprake kwam in de contacten met de vijf kandidaat-leveranciers. "De vraag is niet gesteld."