Verhoogde beveiliging op proces bende Lemmensplein
Voor de 61ste kamer van de Brusselse correctionele rechtbank is vandaag het proces gestart tegen de criminele organisatie die maandenlang rond het Anderlechtse Lemmensplein actief was. Niet minder dan 23 personen staan terecht omdat ze een rol zouden gespeeld hebben binnen de organisatie die zich bezighield met cannabishandel op grote en kleine schaal. Voor het proces, dat een maand zal duren, zijn uitzonderlijke veiligheidsmaatregelen genomen.
Iedereen die het justitiepaleis binnenkomt, moet door een metaaldetector. Wie het proces zelf wil bijwonen, moet zijn identiteitskaart voorleggen en wordt nog een tweede keer gefouilleerd. De politiemensen en de leden van het veiligheidskorps die het proces bewaken, dragen allemaal kogelvrije vesten. De politie is ook zwaarbewapend.
Een groot deel van het onderzoek is gesteund op de verklaringen van een anonieme getuige. Bij de opening van het proces vroeg de verdediging van één van de verdachten om die anonieme getuige te verhoren. "We hebben tijdens het gerechtelijk onderzoek nooit de kans gekregen die persoon te ondervragen", zei meester Christophe Marchand. "Nochtans willen we hem confronteren met een aantal tegenstrijdigheden in zijn verklaringen."
Het parket verzet zich niet tegen dat verhoor maar ziet er het nut niet van in. Substitute Laduron wees er ook op dat de verdachten al herhaaldelijk hadden geprobeerd de anonieme getuige te identificeren en vermoedelijk van een dergelijk verhoor zouden profiteren om dat opnieuw te proberen.
De rechtbank spreekt zich in de loop van de week uit over het verzoek van de verdediging.
Getuigenissen
De Brusselse correctionele rechtbank is deze namiddag begonnen met de ondervraging van de 23 personen die deel zouden hebben uitgemaakt van de criminele organisatie die actief was rond het Anderlechtse Lemmensplein. Dat verloopt niet zonder moeite. Volgens het parket had de organisatie een feitelijk monopolie op de handel in cannabis op en rond het Lemmensplein, maar de verdachten houden vol dat ze zich daar nooit mee beziggehouden hebben.
Eén van de verdachten Zakaria O., die eerder al veroordeeld werd tot 6 jaar cel voor gijzelneming, zou één van de belangrijkste handlangers geweest zijn van hoofdverdachten Said L. en Ridouan M. Volgens de anonieme getuige stond hij onder meer in voor de verdeling van de drugs en de ophaling van het geld.
O. zelf beweerde daar niets van te weten, hoewel hij herhaaldelijk onderschept was in het gezelschap van de twee hoofdverdachten. Zo was hij met L., M. en een vierde verdachte aanwezig in een woning toen de politie daar in oktober 2009 binnenviel en er 420 gram cannabis en 3.370 euro vond. "We zaten gewoon wat televisie te kijken en Playstation te spelen", verklaarde O. "M. en L. zijn vrienden van mijn broer. Ik weet niet van wie de drugs waren en weet niet waar dat geld vandaan kwam."
Diezelfde dag bleek O. ook aanwezig in een nachtwinkel toen de politie daar binnenviel omdat er drugs verkocht werden. "Dat was puur toeval", zei O. "Ik kwam daar sigaretten kopen en heb niet gezien dat er drugs werden verkocht."
In verschillende afgeluisterde telefoongesprekken nam O. de term 'bruin goud' in de mond. Die zou volgens hem verwijzen naar namaakuurwerken die hij aan de man bracht. Toen O. beweerde die in Brussel aan te kopen, wees de rechter hem erop dat hij naar Nederland was gereden omdat iemand hem gezegd had dat er geen 'bruin goud' meer was. "Dat had daar niets mee te maken, dat was om melk, kaas en kleren te gaan kopen", aldus O.
O. was ook in het gezelschap van kopstukken Said L. en Ridouan M. toen die in mei 2010 opgepakt werden in een chalet in Luxemburg. Het gezelschap was daar op vakantie, aldus O., die niets beweerde te weten over de drugs en het geld dat toen werd aangetroffen.
In diezelfde chalet was toen ook een tweede verdachte aanwezig, Mohamed E.M. Ook die hield vol niets met drugs te maken te hebben, hoewel de anonieme getuige hem omschrijft als een vertrouwensman van L. en M. Mohamed E.M. en Zakaria O. werden in januari 2010 opgepakt aan boord van een Volkswagen Golf, waarin de politie ook 900 euro vond en een papier waarop een reeks bedragen en prijzen voor hoeveelheden drugs stonden. Papier noch geld hoorden echter aan iemand toe, aldus O. en E.M.
Een derde verdachte, Mohamed Z., was volgens de anonieme getuige de chef van de kleine straatdealers, maar ontkende dat met klem. Ook betwistte hij dat hoofdverdachten L. en M. hem ooit hadden gevraagd enkele tientallen kilo's cannabis te vinden omdat hun voorraad op was, of dat hij metalen deuren had besteld waarmee verschillende drugspanden uitgerust waren.
Pakistaan Rachid F. ontkende al evenzeer iets van drugs af te weten. Volgens het onderzoek zouden Said L. en Ridouan M. nochtans via hem geld geïnvesteerd hebben in de bouw van een hotel aan het Brusselse Zuidstation. F. gaf toe dat de twee een bedrijfje hadden opgericht om in immobiliën te handelen en dat de zetel van dat bedrijfje in een gebouw lag dat eigendom was van F.'s familie, maar verder ging hun relatie niet. Getuigen bedreigen had de man nooit gedaan en een telefoongesprek waarin hij "bananen, appelen en petroleum" had besteld, was niet meer dan een grapje, aldus F.
Als laatste werd vandaag Ali A. verhoord, die ook zou geholpen hebben om de drugswinsten wit te wassen door investeringen in verschillende panden, maar ook A. ontkende met klem.