Verstrenging voorwaardelijke invrijheidstelling goedgekeurd
De plenaire Kamer heeft vandaag de verstrenging van de wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling voor zwaar veroordeelden goedgekeurd. De tekst kwam tot stand na de vrijlating van Michelle Martin, de ex van Marc Dutroux. De stemming gebeurde meerderheid tegen oppositie. De Senaat moet zich ook nog uitspreken.
Door de aanpassing zal iemand die tot dertig jaar of levenslang werd veroordeeld, de helft van zijn straf moeten uitzitten alvorens hij een aanvraag kan doen voor een voorwaardelijke vrijlating. Concreet zal hij dus vijftien jaar moeten uitzitten in plaats van de huidige tien jaar.
Recidivisten
Bij recidive wordt de termijn verder opgetrokken. Wie eerder veroordeeld werd tot minstens drie jaar voor een wanbedrijf, moet bij een nieuwe veroordeling tot dertig jaar of levenslang, minstens voor negentien jaar in de cel, in plaats van tien jaar. Na een eerste veroordeling tot een criminele straf van minstens vijf jaar, stijgt de termijn van zestien naar 23 jaar.
Aanvragen
Voortaan moeten veroordeelden zelf expliciet een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een voorwaardelijke invrijheidstelling, elektronisch toezicht of een regime van beperkte detentie.
Aanvragen voor voorwaardelijke invrijheidstelling van iemand die veroordeeld is tot 30 jaar of levenslang en een terbeschikkingstelling kreeg opgelegd, zullen binnen de strafuitvoeringsrechtbank door vijf rechters in plaats van drie worden behandeld. Zij moeten unaniem beslissen. De minister krijgt ook een injunctierecht om het parket in cassatie te laten gaan bij vormfouten van de uitvoeringsrechtbank.
Kritiek
Tegen het wetsontwerp was de voorbije weken veel kritiek te horen, zowel van de actoren binnen Justitie als van de mensenrechtenliga. "Ik heb veel kritiek gehoord, zowel binnen als buiten het parlement. Jammer genoeg heb ik niet van iedereen oplossingen of concrete voorstellen gehoord", stelde minister van Justitie Annemie Turtelboom na afloop van de bespreking.
Ze stelde dat soms "grote woorden" werden gehanteerd, zoals dat het om "steekvlampolitiek" zou gaan. "Ik raad iedereen aan het regeerakkoord te lezen. Het is een exacte passage daaruit die we hier in een wetsontwerp gieten."
Ze merkte op dat de passage over het injunctierecht over 1 artikel gaat en dat ze enkel een probleem wil wegnemen dat zou kunnen ontstaan door de samenlezing van enkele passages. "Het is niet mijn ambitie zo'n artikelen te gebruiken", verzekerde ze. "Elke keer dat mijn voorgangers het injunctierecht hebben gebruikt, ben ik ervan overtuigd dat ze dat hebben gedaan na grondige kennis en reflectie." Ze benadrukte ook dat een injunctierecht niet betekent dat de finale beslissing aan de minister toekomt.