Waarom Brussel niet in aanmerking komt als meest leefbare stad
Jonathan Holslag is hoogleraar internationale politiek en onderzoeker van het Brussels Institute of Contemporary China Studies aan de Vrije Universiteit Brussel.
Er zijn van die Belgen die zowat de hele wereld afreizen maar in elke luchthavenlounge toch even kijken wat de lokale pers over dat land te berichten heeft. Ik heb er niet meteen een rationele verklaring voor, maar voorlopig ben ik nog een van hen. Op de terugweg van Wenen, stak er echter één bericht uit dat een spontane reactie van weerzin opwekte: Freddy Thielemans weigert het Beursplein op zondag vrij te maken.
Het kan een rol hebben gespeeld. Een zonnige maandag in Wenen, de kokette wereldstad die als een pirouettedanser tussen geschiedenis en vooruitgang balanceert, een stad met tientallen levendige parken, creatieve pleisterplaatsen, een stad ook die uitnodigt tot verkenning - te voet liefst, of op de fiets - een stad waar sombere plaatsen een voor een worden ingevuld met blitse bars, jonge ondernemers, kunstenaars... Om kort te gaan, Wenen staat niet voor niets tweede in de lijst van meest leefbare steden ter wereld (DM 3/9). Het wordt steeds duidelijker dat het creatieve centrum verschuift naar Mitteleuropa met steden als Wenen, Berlijn, en Praag, die de nieuwe incubators van innovatie en ondernemerschap vormen.
Wat maakt die steden zo succesvol?
Vergeet de gangbare verklaringen, zoals fiscale lasten, goedkope kantoorruimte en asfalt. Wat het verschil maakt is de levenskwaliteit, het aanbod van kwalitatieve ontspanning, de aanwezigheid van investeringskapitaal en vooral de aantrekkelijkheid om er met jonge gezinnen neer te strijken. Dat geldt niet alleen voor de kleine ondernemingen, maar ook voor de grote jongens. Er zijn tal van voorbeelden van grote innovatieve Aziatische bedrijven die Brussel links lieten liggen, alleen al omdat de stad te lelijk en te vuil is in vergelijking met Amsterdam, Frankfurt of Berlijn. Liever op en neer met het vliegtuig als er bij de Europese instellingen gelobbyd moet worden als in de hoofdstad van Europa te moeten wonen.
Pendelaars
Ook bij de jonge elite scoort Brussel slecht. Dat bleek dit weekend wederom tijdens een bijeenkomst met een dertigtal jonge wolven nabij Wenen. Afgezien van een enkele Europese topfunctionaris die de anderen probeerde te overhalen dat het met Brussel nog niet zo slecht gesteld is en dat je er goed kunt eten, haalden de anderen hun neus op. Zelfs de aanwezige Belgen dachten er niet aan om Londen en elders op te geven voor Brussel. Het onvermogen om Brussel aantrekkelijk te maken voor slimme bedrijven en jonge vernieuwers is catastrofaal voor de toekomst van de stad.
Veel heeft te maken met het gebrek aan een adequaat verkeersbeleid en het gebrek aan open ruimte. Het is voor de Brusselse politieke klasse natuurlijk heel eenvoudig: zolang Belgische en internationale overheidsinstellingen blijven uitdijen, zijn er jobs en inkomsten. Je hebt hoogstens wat goede stations en vooral veel parkeerplaatsen nodig om de stromen pendelaars binnen en buiten te sluizen. En dan nog klagen dat die pendelaars te veel kosten! Zou de Brusselse politieke klasse zich niet beter de vraag stellen waarom er zo weinig Belgen en expatriates zich in de stad zelf vestigen?
Het onvermogen van de Brusselse overheid zich te verplaatsen in de beweegredenen van het Beursplein-initiatief is wederom het bewijs dat burgemeester Freddy Thielemans en zijn kompanen de stad beheren als een boer een melkkoe. Wie zou er zich immers zorgen maken over een vooruitstrevend stedenbeleid, zolang het beest gevoed wordt uit de ruif van de Europese instellingen en andere bureaucratieën? Een wereldstad gerund door boeren. Vergeef me de beeldspraak, maar op deze terugtocht beklemt me toch weer het gevoel dat het doodjammer is voor een stad met zo'n potentieel. Misschien moest ik volgende keer maar eens mee gaan picknicken op het Beursplein.