Brussel moet van rechter terrein voorzien voor rondtrekkende zigeuners
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is, op straffe van boetes, verplicht om binnen zes maanden een of meer standplaatsen beschikbaar te stellen aan rondtrekkende bevolkingsgroepen. “Zo kunnen zij in omstandigheden die de menselijke waardigheid respecteren en zonder discriminatie binnen het Brusselse grondgebied wonen”, klinkt het in een vonnis van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg.
De aangewezen standplaatsen voor reizigers moeten een minimale totale capaciteit van 60 caravans hebben, toegankelijk zijn en voorzien zijn van water en elektriciteit, regelmatige huisvuilinzameling en een afvalwatersysteem. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zes maanden de tijd om deze uitgeruste standplaatsen beschikbaar te stellen aan reizigers en twaalf maanden om de uitvoeringsbesluiten vast te stellen voor artikel 191 van de Brusselse Woningwet, waarin de minimale eisen ten aanzien van veiligheid, hygiëne en uitrusting zijn vastgelegd voor het specifieke geval van tijdelijke huisvesting op door de overheid ter beschikking gestelde grond. De rechtszaak tegen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd in december 2024 aangespannen door de non-profitorganisatie Nationaal Comité van Reizigers. Unia, het interfederale centrum voor gelijke kansen, sloot zich op 26 februari 2025 aan bij de burgerlijke procedure.
Het bureau van de Brusselse staatssecretaris voor huisvesting, Karine Lalieux (PS), analyseert nu het vonnis vooraleer er beslist wordt over een mogelijk hoger beroep.