28.000 Malinese vluchtelingen lijden honger in Mauritanië
Meer dan 28.000 mensen uit Mali zijn naar de grensstreek met Mauritanië gevlucht wegens gevechten tussen het Malinese leger en de Toearegrebellen in het noorden van het land, die begonnen in januari. Er dreigt voedselonzekerheid, niet alleen voor de vluchtelingen maar ook voor de lokale bevolking. Dat zegt Artsen Zonder Grenzen (AZG).
Een vrachtvliegtuig met 26 ton medisch en logistiek materiaal vertrekt vandaag vanuit Oostende naar de luchthaven van Néma, op 200 km van het kamp Mbéré. Daar zijn teams van AZG medische activiteiten aan het opzetten. "De kampen liggen in het midden van de woestijn. Water is er zeldzaam, de mensen zitten er geïsoleerd", zegt Marie-Christine Férir, noodhulpcoördinator voor Artsen Zonder Grenzen.
De vluchtelingen moesten hun huizen en levensmiddelen achterlaten en waren vaak meerdere dagen onderweg om een onderdak te vinden in de vluchtelingenkampen van Fassala en Mbéré, in het zuidoosten van Mauritanië. Er dreigt voedselonzekerheid voor de vluchtelingen en de lokale bevolking. De komst van de vluchtelingen is volgens AZG een extra belasting voor de Mauritaanse families die al te lijden hebben onder slechte oogsten.
"Bij de vluchtelingen zitten zwangere vrouwen en kinderen die matig tot ernstig ondervoed zijn", zegt Férir. Ondervoede kinderen zijn kwetsbaar voor ziektes zoals mazelen, diarree en infecties van de luchtwegen. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis ligt in Néma, 200 km verderop. De snelle behandeling en stabilisatie van patiënten met ernstige aandoeningen, voor ze naar Néma kunnen worden overgebracht, is één van de prioriteiten van AZG.