30.000 mensen op de vlucht voor gevechten in Syrië
Tijdens de afgelopen 48 uur zijn minstens 30.000 mensen gevlucht voor de hevige gevechten tussen jihadisten en rebellen in het noorden van Syrië. Dat maakte de organisatie Human Rights Watch (HRW) bekend. De organisatie riep Turkije op om de grens te openen.
HRW beschuldigde de Turkse grenswacht er ook van op de ontheemden te schieten die de grens naderen. Zij zijn op de vlucht voor de hevige gevechten in de provincie Aleppo tussen strijders van de terreurgroep Islamitische Staat (IS) met rebellengroepen.
"Terwijl de burgers de gevechten van IS ontvluchten, antwoordt Turkije door met scherp te schieten in plaats van medeleven te voelen", betreurt onderzoeker Gerry Simpson bij HRW. "De hele wereld spreekt over vechten tegen IS. Zij die het meest kans maken het slachtoffer te worden van de gruwelijke misbruiken, zitten echter in de val aan de verkeerde kant van een muur."
Voor de opmars van IS in het noordelijke Aleppo zijn de afgelopen dagen ontheemden die in kampen ten oosten van Azaz leefden, gevlucht naar andere kampen aan de grens met Turkije. Drie vluchtelingenkampen waar eerder 24.000 mensen verbleven, zijn nu volledig leeg, aldus HRW.
Daarnaast wordt vandaag ook gevochten tussen regimetroepen, met de steun van Russische gevechtsvliegtuigen, en rebellen rond de stad Aleppo, zo maakten activisten bekend. Het regeringsleger probeert strategische zones van de stad te veroveren, door een belangrijke bevoorradingsweg voor de oppositie af te snijden.
De gevechten in Aleppo vormen een grote bedreiging voor het broze bestand dat sinds eind februari in Syrië van kracht is. Dat akkoord, dat met de hulp van Rusland en de Verenigde Staten tot stand kwam, sluit evenwel Islamitische Staat en het aan al-Qaida gelinkte al-Nusra Front uit. Intussen worden vredesonderhandelingen gehouden in Genève.