"Al meer dan duizend burgers gedood bij Russische luchtaanvallen in Syrië"
De Russische luchtmacht zou sinds het begin van de luchtbombardementen in Syrië volgens de anti-Assadsite SOHR meer dan 1.000 burgers gedood hebben. Onder de slachtoffers van de luchtaanvallen zouden zich ook 238 kinderen bevinden, aldus het Syrisch Observatorium voor Mensenrechten.
Ook zouden meer dan 2.000 strijders gedood zijn. Van hen zouden er rond de 890 behoren tot de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) en zowat 1.140 tot andere groepen, die tegen het regime in Damascus vechten. De cijfers van de in Londen gevestigde SOHR kunnen gezien de oorlogssituatie in Syrië niet door onafhankelijke bronnen bevestigd worden.
De Russische luchtmacht voert sinds 30 september bombardementen uit in Syrië. Ze steunt in de Syrische burgeroorlog de regering van president Bashar al-Assad. De Syrische oppositie en regeringen in het Westen betichten Moskou ervan, vooral rebellengroepen te bestoken, die ook vijanden zijn van de IS. Daartoe behoren ook met de IS rivaliserende islamitische organisaties.
Het Russische leger kondigde aan dat het de afgelopen 24 uur 57 terroristische doelwitten heeft bestookt en humanitaire hulp heeft gebracht naar de bevolking van de stad Deir ez-Zor (oosten), waar de jihadisten proberen hun greep te verstevigen. "Omwille van de weersomstandigheden en om een risisco voor de bevolking te vermijden, werden slechts militaire missies gevlogen in de provincies Latakia en Deir ez-Zor", verklaarde Defensie in Moskou.
In de provincie Deir ez-Zor werden bij luchtaanvallen een IS-commandopost en drie artilleriegeschutten vernietigd, naast een brandstofdepot en een werkplaats waar springtuigen werden gefabriceerd, aldus het ministerie. In samenwerking met de Syrische strijdkrachten werd sinds 15 januari al 50 ton humanitaire hulp, waaronder voedselpakketten, geleverd aan de belaagde bevolking in de stad Deir ez-Zor.
De jihadisten hebben 60 procent in handen van de stad, waar nog steeds 200.000 mensen verblijven.