Amerikaanse drones doodden al ruim 3.000 mensen
De Verenigde Staten hebben sinds de ingebruikneming van drones al meer dan 400 aanvallen uitgevoerd met de onbemande vliegtuigjes, in de oorlog tegen terreurorganisatie al-Qaeda. Door deze aanvallen in ten minste drie landen, Pakistan, Jemen en Somalië, zijn ruim 3.000 mensen gedood, meldt The New York Times vandaag.
De meeste aanvallen waren onderdeel van een geheim CIA-programma dat sinds het begin van 2004 was gericht tegen militanten in Pakistan, volgens de krant, die zich baseert op een rapport van de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations.
De drone-aanvallen zijn inmiddels niet onomstreden. Een onderzoeker van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zei vorige maand de 'exponentiële stijging' in drone-aanvallen bij terrorismebestrijding te gaan onderzoeken.
Voordelen
Meer dan 50 landen hebben inmiddels de technologie of willen die krijgen. Drones hebben duidelijke voordelen. De onbemande vliegtuigjes kunnen urenlang over een doel zweven, tegelijk beelden en geluid verzenden en snel toeslaan indien nodig.
"Minder burgerslachtoffers"
De Amerikaanse regering zegt dat de inzet van drones veel vijandelijke strijders van het slagveld heeft gehaald en het aantal burgerslachtoffers vermindert.
Maar sceptici zijn er in overvloed. John Brennan, als antiterrorismeadviseur verantwoordelijk voor het programma, moet vandaag voor de Senaat verschijnen, waar hij op een hoorzitting als gevolmachtigde van president Barack Obama allerlei kritische vragen moet beantwoorden.