Assad: "Oppositie pleegt steeds meer moorden en ontvoeringen"
De gewapende tegenstanders van de Syrische regering plegen steeds vaker moorden en ontvoeringen in heel het land. Dat heeft president Bashar al-Assad vandaag tegen de speciale gezant van de Verenigde Naties en de Arabische Liga, Kofi Annan, gezegd. Het vredesplan van zijn bezoeker Annan maakt volgens Assad alleen kans indien er een einde komt aan het terrorisme. Annan heeft Assad van zijn kant opgeroepen "nu te handelen" om een einde te maken aan het geweld in het land.
Annan heeft vandaag in Damascus zijn afschuw en zorg uitgesproken over de slachting, vrijdag, onder burgers ten noordwesten van Homs. Hij zei dat er flinke stappen nodig zijn voor het succes van zijn vredesplan, inclusief het stoppen van het het geweld en de vrijlating van politieke gevangenen.
"Niet morgen, maar nu"
"President Assad moet nu handelen, en de andere partijen moeten hun deel van het werk doen", verklaarde Annan tijdens een persconferentie in Damascus. "Ik heb hem opgeroepen nu - niet morgen, maar nu - moedige maatregelen te nemen om de nodige voorwaarden te creëren voor de uitvoering van het plan om uit de crisis te raken", voegde hij eraan toe. Annan meende dat de crisis zich momenteel in "een scharniermoment" bevindt.
"Dat betekent dat de regering en alle milities die zij steunt, alle militaire operaties zouden kunnen stopzetten en blijk geven van de grootst mogelijke terughoudendheid", aldus de gezant. "Ik heb er bij de president op aangedrongen de vrijheid om vreedzaam te betogen te respecteren en de mensen toe te laten hun mening zonder angst uit te drukken. Ook vroeg ik hem zijn macht te gebruiken om de gevangenen vrij te laten. We moeten de hoop op een politieke overgang naar een democratische toekomst in Syrië, waar alle gemeenschappen hun plaats hebben, nieuw leven inblazen", besloot Annan.
Geweld neemt toe
Het vredesplan speelt al zes weken een centrale rol in de diplomatie rond de Syrische burgeroorlog, maar het geweld neemt nog steeds toe. In maart vorig jaar begonnen protestdemonstraties tegen Assads clan, die al meer dan veertig jaar aan de macht is. Met het bloedig neerslaan van het protest groeide de machtsstrijd uit tot een burgeroorlog.
Eerder vandaag zei Rusland de oppositie in Syrië ervan te verdenken met buitensporig geweld een burgeroorlog te willen ontketenen om buitenlands militair ingrijpen uit te lokken. Dat zei minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov althans. Lavrov sprak in de nasleep van het bloedbad in Houla, waar meer dan honderd burgers werden uitgemoord onder wie bijna vijftig kinderen. Westerse mogendheden leggen de verantwoordelijkheid bij bendes of eenheden die trouw zijn aan het regime van Assad.
Het bloedbad begon vrijdagmiddag met een aanval vanuit het rebellenbolwerk al-Rastan. Hele families werden afgeslacht in met name Taldao, al-Shoumarieh, Talbiseh en al-Qseir volgens Damascus. De naam Houla ontbreekt. Houla was eerder bekend onder de naam Kafr Laha.