België redt 250 christenen uit belegerd Aleppo
Maanden heeft het geduurd om een omvangrijke groep van 250 Syrische christenen weg te krijgen uit de belegerde stad Aleppo. Maanden van behoedzaam maneuvreren, in het grootste geheim, om deze hulpeloze mensen te redden uit het acute gevaar. Het is een van de grootste humanitaire operaties die België heeft uitgevoerd sinds de redding van de Belgen uit het voormalige Stanleystad in Congo. Pas nu kon staatssecretaris Theo Francken ze bekend maken. Luc Van der Kelen, jarenlang commentator bij Het Laatste Nieuws, schreef deze opiniebijdrage.
De Belgische piloten, die hebben deelgenomen aan de Navo-expeditie in Irak, weten wat het betekent, elke dag opnieuw te leven met het risico om het lot te ondergaan van de Jordaanse piloot, die levend verbrand werd in een ijzeren kooi.
"Geen missie ging voorbij zonder dat we daaraan dachten", zei een piloot na het einde van de opdracht. Als dat al het geval was voor een piloot, die relatief veilig over Irak kon vliegen, wat moet het dan zijn geweest voor de duizenden niet-soennitische bewoners van ontelbare dorpen en steden van Syrië en Irak? Iedere dag opnieuw moesten ze leven onder de dreiging met verwoesting, executie, systematische uitroeiing, mochten ze ooit in handen vallen van de milities van IS en andere extremisten die er actief zijn op het slagveld.
Ze hebben gezien wat er gebeurd is en nog gebeurt met de Jezidi's, met de mensen in Kobane en Mossoul, onder het schrikbewind in Raqqa, de "hoofdstad" van IS. Het gevaar dreigt voor ieder die niet behoort tot de soennitische tak van de islam. Welke groep maakt eigenlijk niet uit. Alawieten, sjiïeten, christenen. De extremisten beschouwen hen allemaal als ongelovigen, en voor ongelovigen wachten terreur, marteling, verkrachting, seksuele slavernij en de dood.
Sinds Islamitische Staat om zich heen grijpt in een breed gebied van Syrië en Irak, kunnen alleen zij die zich kunnen verweren, aan hun lot ontkomen. Wie geen wapens heeft om zich te verdedigen, kan dat niet. Dat is het geval voor de christenen in IS-land. De IS-leiders hebben zich voorgenomen het hele Midden-Oosten te zuiveren van de verre nazaten van de gehate kruisvaarders. Zij zijn het eerst aan de beurt, niet in het minst omdat ze de zwaksten zijn in de regio. Ze hebben geen eigen militie, geen wapens om zich te verdedigen en ze kunnen gebruikt worden als symbool om het Westen uit te dagen.
Vier jaar is de oorlog in Syrië nu aan de gang. Bijna even lang al overleeft de christelijke gemeenschap in Aleppo op de frontlijn, tussen de troepen van Assad en die van verschillende milities. Ze zijn door God en de wereld vergeten. Het is een hechte gemeenschap, daar in de tweede stad van Syrië, met vele kerken, kloosters, bisschoppen, priesters, paters en nonnen en duizenden gelovigen. Ze zijn zo lang ze konden gebleven, in de wetenschap dat ze anders hun huis en hun grond nooit meer zouden terugzien.
Sinds vier jaar leefden ze in een spookstad, weken zonder ander water dan dure literflessen, met bijna geen stroom, geen brood, geen geneesmiddelen. Ze voelden zich verlaten door de wereld. Moslims in de stad kunnen nog vluchten naar de brede moslimwereld, naar Turkije, Jordanië, Libanon. De kleine christelijke gemeenschappen bezitten die mogelijkheid niet. Ze hebben duizend jaar en meer samengeleefd, in relatieve vrede met hun buren. Daar dreigt vandaag een einde aan te komen. Nu al is de christelijke geloofsgemeenschap in het Midden-Oosten niet meer wat ze geweest is. Duizend jaar geschiedenis wordt weggeveegd met de mitrailleurs, met tanks en granaten. Wie men te pakken krijgt, eindigt in het amfitheater of op het dorpsplein.
Er is voor de christenen van Aleppo geen andere veilige haven meer dan die in de diaspora. Zoals de Joden ooit hebben moeten ondergaan, zijn het nu de christenen die geen andere uitweg meer vinden dan de exodus. Zoals Mozes het joodse volk uit de klauwen van de farao wist te redden, zo hebben de westerse naties, erfbewaarders van het christendom nu de plicht om de geloofsgenoten in Aleppo, maar ook elders, te redden van de vernietiging.
Net zoals wat met de Joden gebeurde onder en na de Wereldoorlog, kijken velen in Europa de andere kant op. Christenen, Jezidi's, Bahaï en anderen begrijpen de onverschilligheid niet in Europa en Noord-Amerika. Ze vragen zich af waar het humanisme is gebleven, dat het Westen predikt. Hun hoop is wanhoop geworden.
Natuurlijk horen wij geen onderscheid te maken. Niet wat je gelooft of wie je bent, mag bepalen of je gered wordt van de vernietiging. Het is onze plicht iedereen te redden, moslim, jood, christen, humanist. Wie ook voor zijn leven moet vrezen of dat van zijn naasten, moet kunnen rekenen op ons. Het is de bestaansreden van de westerse democratie, een leven in vrede en veiligheid en waardigheid voor alle burgers. Het is ook het basisprincipe van het asiel. Wie in nood is, moet worden geholpen. Maar de allerzwaksten het eerst. Ontegensprekelijk zijn de christenen in Syrië en Irak in dat geval, precies ook omdat ze niet strijden en omdat ze nergens anders naartoe kunnen dan naar ons, in Europa.
Het is goed dat België hun noodkreet heeft gehoord. Honderden Syrische christenen zijn in totale discretie weggehaald uit Aleppo. Theo Francken, de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, heeft de humane operatie opgezet, samen met minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders. Er kon en mocht geen woord van bekend worden, zolang de operatie "Red de christenen van Aleppo" aan de gang was.
Vandaag woont een belangrijke groep Syriërs in opvangtehuizen in België. Alles wordt klaargemaakt voor hun integratie in onze samenleving. Voor hen breekt nu een leven in veiligheid aan, een leven tweede kans.
Het is belangrijk een positief verhaal te hebben als teken van hoop voor de wanhopigen. Maar daarmee houdt onze verantwoordelijkheid niet op. België en andere Europese landen kunnen meer. Er staan vele tienduizenden te wachten om te ontsnappen aan de hel in het Midden-Oosten. Ook voor hen moeten we doen wat we kunnen. Maar dat niet alleen. België en heel Europa moeten ook een ander antwoord bieden dan meer bommen die uit de lucht vallen.
Jazeker moet IS worden tegengehouden, maar we mogen niet alleen de taal van het geweld spreken. Daarmee zouden we enkel in de kaart spelen van hen die de strijd tegen de "kruisvaarders" opvoeren.
Tussen oorlog en niets doen is er nog een heel scala van mogelijkheden, schreef Jan De Volder, expert interreligieuze dialoog recentelijk in De Morgen. Zo is het ook. We moeten behalve strijd ook dialoog bieden. Diplomatie. Woorden van vrede.
Luc Van der Kelen
columnist
Duizend jaar geschiedenis wordt weggeveegd met de mitrailleurs, met tanks en granaten. Wie men te pakken krijgt, eindigt in het amfitheater of op het dorpsplein