Belgisch onderzoek naar 150 dossiers Panama Papers
De Bijzondere Belastinginspectie (BBI) heeft uit de Panama Papers ongeveer 150 dossiers geselecteerd om verdere onderzoeksdaden te stellen. Dat verklaarde gewestelijk directeur van de BBI, Karel Anthonissen, vandaag in de bijzondere commissie Panama Papers van de Kamer. "Dit is een beheersbaar aantal voor de BBI. Voor deze dossiers, die verdeeld worden over de verschillende regio's, sluiten we de weg naar regularisering af".
Anthonissen werd door de Kamerleden ook op de rooster gelegd over de contacten eind 2010-begin 2011 met de vroegere banktoezichthouder CBFA. Jean-Paul Servais, voorzitter van de CBFA -nu FSMA, had eerder in de Kamer verklaard dat er toen na een krantenartikel over fiscale fraude verschillende vergaderingen waren belegd met de BBI. Maar dat spoor liep uiteindelijk dood, omdat er geen bewijzen waren over de betrokkenheid van Belgische banken.
Anthonissen legde vandaag uit dat hij zelf gecontacteerd is door de CBFA en hen vier dossiers had overgemaakt. "Het was inderdaad geen 'smoking gun'. Het waren 'lichtjes' waarvan ik zei dat er duizenden soortgelijke dossiers konden gevonden worden bij de regularisatiecommissie". Volgens hem was het de verantwoordelijkheid van de toezichthouder om de betrokkenheid van de Belgische banken te onderzoeken.
Marc De Geyndt, de nummer twee van de BBI, bevestigde nadien in de commissie Panama Papers dat er geen enkel spoor was van actieve of passieve betrokkenheid van Belgische banken bij het opzetten van fraudeconstructies. "De vele attesten van fiscale regularisatie zijn afgeleverd door buitenlandse entiteiten", klonk het, en net als eerder de FSMA en de Nationale Bank wees hij op het probleem van territoriale bevoegdheid voor de Bijzondere Belastinginspectie.
'Het was inderdaad geen 'smoking gun'. Het waren 'lichtjes' waarvan ik zei dat er duizenden soortgelijke dossiers konden gevonden worden bij de regularisatiecommissie'