Bijna 400 doden in drie dagen tijdens 'wapenstilstand' Syrië
Syrische troepen hebben gisteren, de derde dag van de afgekondigde wapenstilstand, opstandige voorsteden van Damascus bestookt. Ook elders in het land raakte het regeringsleger slaags met rebellen. Sinds het begin van het bestand zijn ongeveer 380 mensen om het leven gekomen. Dat hebben het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten en de Lokale Coördinatiecomités (LCC) meegedeeld. Vandaag gaan de bombardementen op en rond Damascus gewoon door.
Het oorlogsgeweld in Syrië is ook vandaag op de vierde en laatste dag van de beoogde wapenstilstand gewoon doorgegaan. Gevechtsvliegtuigen voerden in en rond de hoofdstad Damascus aanvallen uit op stellingen van rebellen. Vooral de voorstad Harasta, ten noordoosten van Damascus, kreeg het volgens oppositiebronnen te verduren. Harasta geldt als een sterk rebellenbolwerk. Bij een terreuraanslag met een bomauto zijn vanochtend ook nog in de periferie van de Syrische hoofdstad Damascus zeker tien doden, onder wie vrouwen en kinderen, gevallen. Dat meldde de Syrische staatstelevisie.
Bij de beschietingen en gevechten kwamen volgens activisten de vorbije dagen minstens 110 mensen om het leven, een dodental vergelijkbaar met de cijfers van vrijdag en zaterdag. Zestien doden vielen bij een luchtaanval op het dorp Al-Barra in de bergachtige noordelijke regio Jabal al-Zawiya. Volgens het Observatorium vielen vliegtuigen ook Arbeen, Harasta en Zamalka aan, voorsteden ten oosten van de hoofdstad Damascus.
Slecht begin
Het vrijdag afgekondigde staakt-het-vuren, dat tijdens het vierdaagse Offerfeest zou gelden, is op niets uitgedraaid. Volgens activisten kwamen vrijdag en zaterdag respectievelijk 150 en 120 mensen om door het aanhoudende geweld. Het bestand kende al een slecht begin doordat de radicaalislamitische rebellen van Jabhat al-Nusra het niet onderschreven en andere opstandelingen en het regeringsleger voorbehoud maakten.