Britse premier Starmer kondigt recordinvestering in defensie aan
Het Verenigd Koninkrijk gaat vijftien miljard pond (ongeveer 17,4 miljard euro) extra investeren in defensie-uitgaven. Dat heeft premier Keir Starmer dinsdag bekendgemaakt. Volgens hem zal er tegen 2029 tachtig miljard pond per jaar aan defensie uitgegeven worden, tegenover de 54 miljard van de vorige regering.
Starmer zei dat de regering nu al zorgt voor de “grootste aanhoudende stijging” van de defensie-uitgaven sinds de jaren tachtig. Vervolgens kondigde hij aan dat de regering in het kader van het defensie-investeringsplan (DIP) de defensiebegroting “met nog eens 15 miljard pond verhoogt, waarmee een nieuw record wordt gevestigd”. Om die uitgaven te kunnen bewerkstelligen, zal het land moeten besparen op andere domeinen. Keir stelde dat hij enkele kapitaalprojecten had geschrapt die niet “onmiddellijk essentieel” waren.
De premier zei verder dat de vorige regering, voordat zijn regering aantrad, jaarlijks 54 miljard pond aan defensie uitgaf, een bedrag dat volgens hem tegen 2029 wordt verhoogd tot “bijna 80 miljard pond” per jaar.
Begin juli was defensieminister John Healey opgestapt, omdat hij het eerdere bod van 13,5 miljard pond te weinig vond. Volgens de Britse openbare omroep (BBC) had defensie 28 miljard pond gevraagd. Dan Jarvis nam het stokje over van Healey.
Tijdens de NAVO-top in Ankara op 7 en 8 juli zal Starmer het plan gaan voorstellen.
NAVO-doelstelling
Daarmee wil hij ook signaleren dat hij de NAVO-doelstelling van 3,5 procent zal behalen tegen 2035. Volgens Keir zal het VK tegen 2029 2,7 procent halen, waarmee het op koers komt tegen 2035. De alliantie had vorig jaar van de lidstaten gevraagd om 3,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) te spenderen aan defensie, in tegenstelling tot de eerdere 2 procent.
Starmer kondigde afgelopen week zijn aftreden aan, met het oog op een aangekondigde strijd om het leiderschap binnen de Labour-partij. Naar alle waarschijnlijkheid zal Andy Burnham hem opvolgen en dus het defensieplan verder moeten uitbouwen.