China na omstreden bezoek: "Japan moet zich bezinnen over gewelddadige verleden"
De Japanse premier Shinzo Abe heeft vanochtend een bezoek afgelegd aan het omstreden Yasukuni-oorlogsmonument. Dat hebben Japanse media laten weten. Buurland China is niet gediend met het bezoek.
De in het centrum van Tokio gelegen Yasukuni-tempel bewijst eer aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, met inbegrip van Japanners die na de oorlog zijn veroordeeld als oorlogsmisdadiger. Aanwezigheid van politici bij het monument leidt steevast tot boze reacties van landen uit de regio, met name China en Zuid-Korea.
Ditmaal liet het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken weten: "We dringen er plechtig op aan bij Japan zich te houden aan de afspraak zich te bezinnen op zijn gewelddadige verleden en maatregelen te nemen om zijn fouten recht te zetten."
Vertrouwen winnen
Alleen op die manier, aldus een woordvoerder van het ministerie, zou Japan "het vertrouwen kunnen winnen van zijn Aziatische buren en de internationale gemeenschap". Abe benadrukte na zijn bezoek het belang van een goede relatie met de buurlanden. "Ik hoop op een mogelijkheid China en Zuid-Korea uit te leggen dat het versterken van de banden het nationale belang dient", aldus Abe.
Oorlogsgeweld
Met het gedenkteken worden tweeënhalf miljoen Japanners herdacht die zijn omgekomen door oorlogsgeweld, maar ook aan 14 hoge functionarissen die door een geallieerd tribunaal zijn veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. Onder hen is de in 1948 geëxecuteerde voormalig premier en generaal Hideki Tojo.
In augustus, bij de herdenking van de Japanse capitulatie, zag Abe nog af van een bezoek aan het monument. Dat werd bij die gelegenheid wel aangedaan door twee ministers uit zijn kabinet, alsmede door bijna honderd parlementariërs.
Eerder bezoek
Abe legde in oktober 2012 nog wel een bezoek af aan de tempel, maar zijn partij, de LDP, was toen nog de belangrijkste oppositiepartij. Hij is nu een jaar in functie als premier.