Colombiaans leger doodt twee FARC-strijders
Het Colombiaanse leger heeft gisteren twee rebellen van guerrillabeweging FARC doodgeschoten. Bij het gevecht met de guerrillastrijders in de noordelijke provincie Bolivar werd ook een man gevangengenomen.
De regering sloot eerder een vredesakkoord met de FARC. President Juan Manuel Santos kreeg daarvoor de Nobelprijs voor de Vrede, hoewel de bevolking het akkoord heeft afgewezen omdat de rebellen er te gemakkelijk van af zouden komen.
Beide partijen zijn afgelopen weekend tot een nieuw akkoord gekomen, dat de nee-stemmers tevreden moet stellen. Dit nieuwe akkoord is getekend, maar moet nog worden goedgekeurd, en is niet openbaar gemaakt. Wel liet Santos al weten dat FARC in de nieuwe versie van de vredesovereenkomst verplicht is om al hun geld en bezittingen af te staan. Dat geld zal worden gebruikt om slachtoffers te compenseren.
Afpersing
Totdat de rebellen ontwapend worden, is afgesproken dat ze in aangewezen gebieden blijven. Volgens het leger persten de doodgeschoten mensen af in een regio op 68 kilometer van het aangewezen gebied en droegen ze daarbij wapens.
De regering onderhandelde vier jaar lang met de marxistisch-leninistische guerrillabeweging. De burgeroorlog in het land duurde 52 jaar.