De bekentenissen van een Syrische sluipschutter
"Ik ben onherkenbaar veranderd. Ik had nooit gedacht dat ik ooit echt iemand zou doden", vertelt een 21-jarige sluipschutter deze week in Time Magazine. De jongen schoot reeds 34 mensen dood, waaronder, zo vermoedt hij, zijn jeugdvriend Mohammad. "Hij wilde net als ik overlopen naar het Vrije Syrische Leger, maar durfde niet. Hij vond het nog te vroeg."
De afgelopen weken hebben de rebellen veel terrein veroverd, maar in de stad Aleppo staan de partijen onwrikbaar tegenover elkaar. Regeringstoestellen bombarderen de stad en er wordt van straat tot straat en van huis tot huis gevochten om elke meter. "Sluipschutters regeren de stad", schrijft Rania Abouzaid voor Time. "Een goede schutter kan een frontlinie bijna letterlijk bevriezen door zeker te stellen dat iedere stap die de vijand zou willen maken, te kostbaar is om echt te zetten."
(Lees hieronder verder)
Maffia
De allerbeste sluipschutters zijn veelgevraagd in Aleppo. Milities en commandanten bieden grote bedragen om voor hen te werken. De sluipschutter met wie Abouzaid sprak, zegt dat hij al zoveel aanbiedingen kreeg, dat het voelt alsof hij voor de maffia werkt.
De Syriër is altijd op zoek naar nieuwe posities en rent samen met de verslaggeefster door een uitgestorven wijk, lege trappenhuizen en verlaten appartementen om er een te vinden. Er zijn gaten in muren tussen de appartementen geslagen, zodat je van de ene naar de andere kant van het gebouw kunt lopen zonder naar buiten te hoeven gaan, waar andere sluipschutters je kunnen raken.
De man trapt deuren in, maar laat enkele dagen later een slot vervangen. In een van de appartementen ligt een lijk te rotten, dat door de rebellen in een deken wordt gewikkeld en verwijderd. De kamer kijkt uit op een post van het regeringsleger en is dus een goede plaats om van daaruit te opereren.
(Lees hieronder verder)
Donker appartement
Er gaan vele dagen voorbij zonder dat de man een schot lost. Hij kijkt en wacht in een donker appartement, en is alleen met zijn gedachten. Voor de oorlog woonde de sluipschutter jarenlang in Duitsland en in die periode werd zijn Arabisch steeds slechter. Nu is hij diepgelovig geworden en hoopt hij als martelaar te sterven. Zijn slachtoffers noemt hij 'shabiha' (pro-regeringsmilities) om hen te ontmenselijken, maar hij weet dat zijn vriend geen shabih was.
Mohammad stond bij een checkpoint dat hij met twee andere scherpschutters moest aanvallen. "We vermoordden een kolonel, een soldaat en mijn vriend. Ik weet niet wie ik heb neergeschoten, ik heb hun gezichten niet gezien. (...) Nu is hij toch dood, het heeft geen enkele zin om erover na te blijven denken. In het begin vroeg ik me af 'Waarom?', en 'Dat had ik nooit mogen doen', maar die gedachten heb ik achter me gelaten. We moeten vooruit."