Dertien Syriërs gedood tijdens vlucht Britse fotograaf
De Britse fotograaf Paul Conroy, die vorige week gewond raakte bij een bombardement in Syrië, is uit de belegerde stad Homs kunnen vluchten en zit momenteel veilig in Libanon. Maar de rebellen die hem geholpen hebben, zijn er minder goed van af gekomen. Dertien van hen werden tijdens de onderneming gedood door scherpschutters.
Conroy werkt voor de Britse krant The Sunday Times. Hij werd door een granaat geraakt aan een been en in de maag tijdens de beschieting waarin oorlogscorrespondente Marie Colvin en de Franse persfotograaf Remi Ochlik het leven lieten. Het gevaar bestond dat Conroy een levensbedreigende infectie kon oplopen als zijn wonden niet verzorgd zouden worden.
Conroy probeerde samen met drie andere westerse journalisten te vluchten, maar toen ze onder vuur genomen werden door de Syrische overheidstroepen, moest de groep zich opsplitsen. Hoe het met de drie andere journalisten, die ook gewond waren, gaat, is onduidelijk. Conroy zit wel veilig en wel in Libanon. Volgens de Verenigde Naties worden er elke dag meer dan honderd burgers gedood in Syrië.
Verzetshaarden
Militairen hebben afgelopen nacht een aanval ingezet op de wijk Baba Amr in het zuidwesten van Homs. Een bij de aanval betrokken functionaris zei dat er huis aan huis word gezocht naar de laatste verzetshaarden in het stadsdeel.
De wijk gold als een bolwerk van de rebellen van het Vrije Syrische Leger dat vooral uit deserteurs uit de strijdkrachten van de regering van president Bashar al-Assad bestaat. Delen van Homs liggen al meer dan drie weken onder zwaar vuur van de regeringsgetrouwe troepen die dit bolwerk van verzet belegeren.