Doodsbange Irakezen vluchten voor IS
Duizenden inwoners van de Iraakse stad Ramadi zijn gevlucht voor terreurbeweging Islamitische Staat (IS). Zij probeerden vandaag de hoofdstad Bagdad binnen te komen, maar werden tegengehouden door de autoriteiten. De vluchtelingen verblijven aan de rand buiten de stad, zonder dat ze eten of drinken krijgen, meldden mensenrechtenactivisten in Irak.
De autoriteiten in Bagdad houden de vluchtelingen tegen, omdat mogelijk ook leden van IS zich in de massa bevinden.
Ramadi, zo'n 100 kilometer ten westen van de hoofdstad, wordt sinds twee dagen bestormd door de terreurorganisatie. Het Iraakse leger heeft het stadscentrum en regeringsgebouwen nog in handen. Enkele dorpen zijn in handen van IS maar de grootste olieraffinaderij van het land, die ook in deze provincie ligt, nog niet. De provinciehoofdstad Ramadi is door IS omsingeld.
Er is bijna geen doorkomen aan op de weg van Anbar naar Bagdad. De autoriteiten weigeren mensen langs de checkpoints te laten gaan als ze niet kunnen aantonen dat ze een logeeradres in de hoofdstad hebben. Normaal gesproken duurt de rit van Ramadi naar Bagdad iets langer dan een uur, nu vertellen mensen de New York Times dat ze er twee dagen over hadden gedaan.
Saad al-Thiabi, een politieman uit Ramadi, bracht zijn familie naar Bagdad maar wilde de volgende dag terugrijden om tegen IS te vechten. Hij verwacht niet dat hij zijn familie ooit weer terugziet, vertelt hij de New York Times. 'Ik wil niet onthoofd worden voor het oog van mijn gezin. Ik wil gedood worden als ze er niet bij zijn.'
IS opende begin deze week een offensief om de provinciehoofdstad in te nemen en is de stad tot op enkele kilometers genaderd. Elitetroepen van het leger hebben de aanvallen van de extremisten echter afgeslagen, zegt hun bevelhebber. Daarbij werden zij geholpen door luchtaanvallen op stellingen van IS rondom Ramadi.
'Ik wil niet onthoofd worden voor het oog van mijn gezin. Ik wil gedood worden als ze er niet bij zijn'