Duits gerecht geeft deel nazi-roofkunst terug
De procureur van Augsburg wil zo snel mogelijk enkele van de vele honderden inbeslaggenomen kunstwerken terugbezorgen aan Cornelius Gurlitt. Het gaat daarbij om de kunstwerken die niet als "nazi-roofkunst" betiteld kunnen worden en die "zonder enige twijfel toebehoren aan de beschuldigde", zo deelde procureur Reinhard Nemetz mee.
Anderhalf jaar geleden werden 1.406 werken in beslag genomen bij de zoon van de in 1956 overleden kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt. Experts zullen bij 970 van die kunstwerken nagaan of de nazi's ze destijds van joodse verzamelaars geroofd hebben of als "ontaarde" kunst geconfisqueerd hebben. Van de honderden andere werken wordt aangenomen dat ze wel degelijk rechtmatig in het bezit van Gurlitt zijn.
Volgens gerechtelijke experts stellen zich wel enkele praktische problemen als die werken worden terugbezorgd aan Gurlitt. Ze wijzen erop dat hij ze niet meer in zijn woning in Schwabing, in het noorden van München, zal kunnen bewaren omdat ze daar niet meer veilig zijn voor dieven. Volgens een ruwe schatting van experts is zijn collectie - met werken van onder meer Pablo Picasso, August Renoir, Henri Toulouse-Lautrec en Henri Matisse - meer dan een miljard euro waard.
De speurders kwamen de schilderijen op het spoor na een persoonscontrole op 22 september 2010 op de sneltrein van Zürich naar München. Tegen Cornelius Gurlitt, die een grote som cash geld op zak had, loopt een onderzoek wegens "fiscale fraude" en "heling" van kunstwerken. Hildebrand Gurlitt had steeds beweerd dat de kunstverzameling in vlammen was opgegaan tijdens de bombardementen op Dresden van 13 februari 1945.