Europa gaat rebellen helpen met petroleum, niet met wapens
De Europese Unie heeft als steunbetuiging aan de Syrische oppositie de import toegelaten van petroleum uit zones die door de rebellen gecontroleerd worden. De ministers van Buitenlandse Zaken van de EU, die in Luxemburg bijeen waren, vonden echter geen consensus over het leveren van wapens aan de - uiterst gefragmenteerde - oppositie. Het olie-embargo werd in september 2011 ingesteld.
De ministers vonden het noodzakelijk om afwijkingen op de sancties toe te staan "om de Syrische burgerbevolking te helpen". Het gaat daarbij zowel om een antwoord te bieden aan de humanitaire problemen als om het herstellen van een normale economische activiteit, zo besloten de buitenlandministers. "We beantwoorden op deze manier de kritiek van de oppositie en de bevolking, die vindt dat ze meer geraakt wordt door de internationale sancties dan het regime", zei een hoge EU-functionaris. Het economische herstel in de zones die door oppositiegroepen gecontroleerd worden, "moet de bevolking doen beseffen dat er een echt alternatief bestaat voor het regime van (Bashar al-)Assad", benadrukte de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle.
De Europese Unie heft daarom de beperkingen op voor de verkoop van materiaal voor de ontginning van aardolie en voor de investeringen in de sector, in zoverre deze niet het regime ten goede komt. Geïnteresseerde bedrijven moeten het fiat hebben van hun regering, die op haar beurt garanties probeert te krijgen van de Syrische oppositie. Onduidelijk is of ook het met al-Qaida gelieerde Al Nosra Front gewoon tot "de" oppositie gerekend wordt; Jabhat al-Nusra staat in de VS op de terreurlijst van het State Department.
Sinds de uitbraak van de opstand in maart 2011 is de Syrische olieproductie teruggevallen tot een derde of 130.000 vaten per dag in maart. Dat is nauwelijks meer dan 0,1 procent van de wereldproductie.