Ex-premier IJsland riskeert twee jaar voor bankencrisis
Geir Haarde, de voormalige eerste minister van IJsland, moet maandag voor een speciaal gerechtshof verschijnen, omdat hij de belangen van de staat in gevaar zou gebracht hebben toen hij de zware IJslandse bankencrisis in 2008 niet kon voorkomen. Bij een veroordeling riskeert de 60-jarige een celstraf van twee jaar.
De voormalige leider van de conservatieve Onafhankelijkheidspartij (Sjálfstæðisflokkurinn) trad af in januari 2009, in de nasleep van de crash van de drie grootste banken van het land. In de aanklacht wordt Haarde nalatigheid verweten omdat hij geen actie ondernam toen Kaupthing, Landsbanki en Glitnir ten onder gingen.
De rechtszaak zorgde voor controverse, aangezien Haarde het enige lid van de voormalige regering is dat terechtstaat. In september 2010 werd in het parlement gestemd om drie andere voormalige ministers niet te vervolgen voor hun rol in de affaire.
Partijgenoten van Haarde probeerden de vervolging nog tegen te houden door om een herroeping van de acte van 2010 te vragen. Een laatste poging werd donderdag nog afgewezen.
Ongeveer 50 getuigen, onder wie voormalige directeurs van de drie failliete banken en bestuurders van de Centrale bank, moeten getuigen op het proces dat vermoedelijk enkele weken tijd in beslag zal nemen. Voorstanders van het proces verwachten dat uitgelegd wordt waarom het IJslandse bankensysteem faalde, aldus politiek expert Stefania Oskarsdottir van de Universiteit van IJsland.
Tijdens de internationale financiële crisis in 2008 liepen de schulden van de IJslandse banken op tot naar schatting tien keer het bruto binnenlands product (bbp) van het land.