Genocide Srebrenica voor het eerst sinds 1995 internationaal herdacht
Duizenden mensen hebben donderdag in het Bosnische Srebrenica het bloedbad herdacht, dat er precies 29 jaar geleden plaatsvond. De Verenigde Naties riepen in mei nog een internationale herdenkingsdag van de genocide in het leven.
Op 11 juli 1995, middenin de burgeroorlog in het toenmalige Joegoslavië, vielen Bosnisch-Servische troepen onder leiding van generaal Ratko Mladic de VN-enclave Srebrenica aan in Oost-Bosnië. Wat volgde was een gruwelijke slachting: 8.000 moslimmannen en -jongens werden vermoord en duizenden vrouwen en kinderen werden gedeporteerd. Op dat moment stond de enclave onder bescherming van de Nederlandse blauwhelmen.
Bij de herdenking van dit jaar zijn veertien recent geïdentificeerde slachtoffers begraven. Er wordt nog steeds gezocht naar zowat duizend lichamen. Tot nu toe zijn de stoffelijke resten van 6.988 slachtoffers, vaak slechts gedeeltelijk teruggevonden, begraven, bij het herdenkingscentrum in Srebrenica.
De politieke en militaire leiders van de Bosnische Serviërs destijds, Radovan Karadzic en Ratko Mladic, zijn door het Joegoslaviëtribunaal veroordeeld voor de genocide. Naast hen zijn vijftig andere daders berecht, zowel door het tribunaal als door het Bosnische gerecht.
Ontkenning genocide
Het bloedbad van Srebrenica wordt beschouwd als de ergste oorlogsmisdaad in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Het Joegoslaviëtribunaal en het Internationaal Gerechtshof hebben de slachting officieel erkend als genocide.
De huidige president van de Servische Republiek, Milorad Dodik, ontkent ook dat er sprake was van genocide in Srebrenica. Toch betuigde hij donderdag via X zijn medeleven aan de nabestaanden van de omgekomen Bosniërs. Bosnië en Herzegovina bestaat nu uit twee delen: de Servische Republiek, waar Srebrenica ligt, en de Federatie van Bosnië en Herzegovina.