"Heel uitzonderlijk dat broertjes nog altijd zoek zijn"
Van de 38.000 jaarlijkse vermissingen is die van Ruben (9) en Julian (7) zeer uitzonderlijk, zegt teamleider Irma Schijf van het Landelijk Bureau Vermiste Personen. Na de 15 vorige Amber Alerts zijn alle kinderen gevonden. 'Het feit dat we nu nog steeds niet weten waar de jongens zijn, bezorgt iedereen rillingen.'
Niemand zal het hardop willen uitspreken. Maar na anderhalve week intensief zoeken naar Ruben (9) en Julian (7) uit Zeist, neemt de wanhoop toe: worden de jongens nog wel gevonden? Het ziet er steeds minder rooskleurig uit.
'Het is een vreselijke zaak,' zegt teamleider Irma Schijf van het Landelijk Bureau Vermiste Personen van de nationale politie vandaag in het AD. Haar bureau adviseert de rechercheurs in de zaak van Julian en Ruben en andere urgente vermissingszaken. Daarnaast is Schijf verantwoordelijk voor de landelijke opsporingsberichtgeving en het Amber Alert, dat tot nu toe 16 keer is uitgegaan.
'Na de 15 vorige Amber Alerts zijn alle vermiste kinderen steeds teruggevonden. Dat deze jongens nog steeds vermist zijn, bezorgt iedereen rillingen. Iedereen kan zich er wat bij voorstellen, leeft en hoopt enorm mee. We hebben nog nooit zoveel tips en hulp gekregen. Ongekend.'
Veel meer wil ze over de zaak van Ruben en Julian niet zeggen. Ze kent de kritiek op politie en op het Amber Alert: is er niet te laat alarm geslagen en waarom 's nachts? 'De gang van zaken moet nog worden geëvalueerd. Het is nu eerst zaak om de jongens te vinden.'
Schijf: 'Als iemand door een misdrijf is omgekomen, kun je op je gemak sporen onderzoeken. Er is een plaats delict. Bij een vermissing gaat meteen de klok tikken. De eerste 24 tot 48 uur zijn het belangrijkst. Je moet alle mogelijke en belangrijke informatie verzamelen. Je weet niet waar het plaats delict is. Je weet alleen de plek waar de vermiste persoon voor het laatst is gezien. Een gedragsdeskundige is daarnaast van groot belang, ook in de zaak van de jongens uit Zeist. De kunst is dat de deskundige niet zichzelf als referentie neemt. Hij moet zich vooral in iemand kunnen inleven, in dit geval de vader.'
Bejaardentehuizen
Jaarlijks krijgt de politie maar liefst 38.0000 meldingen van vermissingen binnen. Daarvan komen 20.000 van bezorgde familieleden. De rest komt via instellingen, zoals bejaardentehuizen en jeugdzorg-afdelingen. Met zoveel meldingen kan de politie onmogelijk altijd alle middelen inzetten. Dat is ook niet nodig. Schijf: 'Bijna iedereen wordt weer teruggevonden. Soms is een kind vergeten te zeggen dat hij bij een vriendje aan het spelen is. Of heeft iemand de verkeerde trein genomen en staat met een leeg mobieltje ergens. Ouders en familieleden zijn al snel bezorgd, dus komen snel bij ons terecht. Afhankelijk van de melding, bepaalt de politie wat er moet gebeuren. De ervaring helpt ons daarbij. Zo weten we bij mogelijk weggelopen pubers dat we moeten kijken in ziekenhuizen en bibliotheken. Dat zijn plekken waar jongeren zich makkelijk kunnen verstoppen.'