Het andere gezicht van de oorlog in Libië
In een ziekenhuis in Tripoli ligt de 19-jarige Nisreen Mansour al Forgani. Op het eerste zicht een zoveelste slachtoffer van het conflict in Libië. Ze heeft grote, bruine ogen en volle, roze lippen. Maar ze is ook met haar voeten vastgeketend aan haar bed, zodat ze niet zou ontsnappen. Nisreen was soldate in de milities van Kadhafi en heeft bekend dat ze elf gevangen genomen rebellen heeft vermoord in de dagen voor de val van de Libische hoofdstad.
"Ik doodde de eerste. Dan brachten ze de volgende gevangene naar boven", vertelde ze aan de Daily Mail. "Hij was geshockeerd toen hij het lichaam zag liggen. Toen schoot ik ook hem neer. Vanop een meter afstand."
Nisreen is één van de ongeveer duizend meisjes en vrouwen die de Libische dictator Mouammar Kadhafi rekruteerde. Ze belandde in het ziekenhuis nadat ze uit het raam sprong van de kamer op de tweede verdieping waar ze de rebellen doodschoot. Nu is ze zelf een gevangene van de rebellen en vreest ze voor haar leven. "Ik heb de rebellen verteld wat ik gedaan heb. Ze zijn razend. Ik weet niet wat ze met me van plan zijn."
Het tienermeisje beweert, en haar dokters en sommige rebellen geloven haar, dat ze de moorden onder dwang pleegde. Ze zegt ook dat ze verkracht werd door hogere officieren.
Bloed aan haar handen
Maar hoe belandde deze jonge vrouw, die bij haar moeder in Tripoli woonden en van dansmuziek hield, bij de troepen van Kadhafi met al dat bloed aan haar handen?
Volgens Nisreen was haar familie geen aanhanger van het Kadhafi-regime, al valt dat moeilijk te verifiëren in het ondertussen bevrijde Tripoli. Haar ouders gingen uit elkaar toen ze nog een kind was, en omdat ze de nieuwe vrouw van haar vader maar niks vond trok ze bij haar moeder in.
Een vriendin van haar moeder, Fatma al Dreby, was de leidster van de vrouwelijke tak van de militie van Kadhafi. Het was zij die Nisreen rekruteerde, hoewel het meisje zelf de hogeschool had verlaten om voor haar zieke moeder te zorgen.
Sluipschutter
Haar familie protesteerde, maar Fatma zette haar wil door. Nisreen was jong en knap, net wat ze wilden. "In het trainingskamp in Tripoli waren ongeveer 1.000 meisjes van over heel Libië", herinnert Nisreen zich. De meisjes werden ingewijd in het gebruik van wapens, en Nisreen werd opgeleid tot sluipschutter.
"Fatma was een fervente aanhangster van Kadhafi", zegt Nisreen. "Ze zei me dat als mijn moeder ooit iets verkeerd over Kadhafi zou zeggen, dat ik haar moest vermoorden. Als ik ooit iets verkeerd zou zeggen, zou ik geslagen worden en opgesloten."
Maar Fatma gebruikte de jonge meisjes ook als seksslaven voor hogere legerofficieren. "Op een dag riep ze me naar een kamer met een bed. Ze liet me er alleen achter en deed de deur op slot. Even later kwam de hoogste officiere van de brigade binnen en verkrachtte me. Toen het voorbij was, vertelde Fatma me dat ik het tegen niemand mocht vertellen. Elke keer de officier naar het hoofdkwartier kwam, bracht Fatma hem een ander meisje. Fatma kreeg in ruil heel wat cadeau's."
Belediging
Toen het duidelijk werd dat het regime van Kadhafi instortte, steeg het geweld. Een gezegde in Libië luidt: 'Je mag mijn keel oversnijden, maar laat een vrouw me niet in de rug schieten'. Het feit dat Nisreen werd opgedragen de rebellen te doden, kan als een allerlaatste belediging voor de gevangenen beschouwd worden.
Nisreen werd naar een gebouw in Tripoli gebracht en moest plaatsnemen in een kamer. Ze kreeg een AK-47 in haar handen. Een vrouwelijke officier hield de wacht zodat ze niet zou ontsnappen. "De gevangen rebellen werden geboeid en moesten buiten wachten onder een boom", vertelt Nisreen. "Nadien werden ze één voor één naar mijn kamer gebracht. Er waren drie andere Kadhafi-getrouwen met me in de kamer. Als ik de gevangenen niet zou doden, zouden ze mij doodschieten."
"Sommige gevangenen leken al in elkaar geslagen te zijn", vertelt ze huilend. "Anderen werden voor mijn ogen in elkaar geklopt. Ze zeiden niets. Ik kan me hun gezicht niet herinneren. De meesten van hen waren ongeveer even oud als ik."
"Ik probeerde hen niet te doden. Ik keek weg en schoot op goed geluk. Maar bij de minste twijfel, richtte een van de soldaten zijn geweer op mij. Ik heb op drie dagen tijd tien of elf gevangenen doodgeschoten. Ik heb geen idee wat ze hadden gedaan. Voor het conflict begon, heb ik nooit iemand pijn gedaan", mijmert ze. "Ik had een heel normaal leven." (hlnsydney/sps)