Hoe Obama en Romney de toekomst van de wereld in handen hebben
In deze tweede aflevering van onze reeks over waarom de Amerikaanse presidentsverkiezingen ook voor ons erg belangrijk zijn, gaan we dieper in op het buitenlandbeleid van Barack Obama en Mitt Romney. Als leider van één van de machtigste landen ter wereld heeft iedere beslissing immers een enorme impact.
Met buitenlandse politiek heeft Mitt Romney nog geen ervaring en dat is tijdens zijn campagne al een paar keer duidelijk geworden. Terwijl Barack Obama vier jaar geleden een indrukwekkende speech in Berlijn ging houden, bleken buitenlandse kwesties voor Romney de voorbije weken vaak een struikelblok. Zo beledigde Romney Groot-Brittannië tijdens de Olympische Spelen door kritiek te uiten op de organisatie en daarmee plaatste hij meteen druk op de Brits-Amerikaanse relatie. Toen Romney scherp uithaalde naar Obama na de aanslag op de Amerikaanse ambassade in Libië, kreeg hij bakken kritiek over zich heen en stond zijn kandidatuur een tijdje op een heel laag pitje. Tijdens het derde presidentiële debat, dat buitenlandse politiek behandelde, had Barack Obama dan ook de gepaste aanval klaar, toen Romney stelde dat de Amerikaanse marine kleiner is dan in 1916. "De gouverneur heeft duidelijk nog niet door hoe Defensie werkt", zei Obama. "We hebben vandaag ook minder paarden en bajonetten dan in 1916."
Ondanks zijn gebrek aan ervaring verschilt Romney eigenlijk niet veel van Obama. Aangezien hij in het midden van een verkiezingsstrijd zit, kan hij natuurlijk niet altijd instemmen met beslissingen van zijn tegenstander. En als hij dan toch dezelfde mening heeft, moet hij die iets scherper formuleren dan de huidige president. Dat was de rode draad doorheen het laatste debat. Obama ontpopte zich als de leider die voldoende vertrouwen geniet in de rest van de wereld, terwijl Romney eerder een strenge zakenman leek die tot hiertoe niet echt wakker heeft gelegen van problemen in de wereld.
Meer dan ooit staat Iran op de agenda van de toekomstige president. Beide kandidaten beseffen dat een derde oorlog het laatste is wat Amerika nodig heeft. De Europese Unie zet Iran als belangrijkste handelspartner onder druk met economische sancties. Ook Obama heeft voor altijd voor economische sancties geopteerd om tot een diplomatieke oplossing te komen. Obama nodigde Iran in het begin van zijn termijn uit tot wederzijds respect, maar twee jaar geleden werd zijn houding strenger door informatie over geheime activiteiten van Iran. In 2010 werd Iran getroffen door een cyberaanval, maar het is nooit officieel bevestigd dat de Verenigde Staten hier ook een rol in hebben gespeeld. Vorig jaar begon Obama voor het eerst de petrochemische industrie en de banksector aan te vallen met een nieuwe reeks sancties. "Die zware sancties hebben ook veel inspanningen van ons gevraagd", stelde Obama. Daarmee probeerde Obama te ontkrachten dat hij te lang getwijfeld heeft over Iran. "We zijn vier jaar dichter bij een kernbom voor Iran", herhaalde Romney voortdurend tijdens het slotdebat.
Volgens Obama heeft Romney echter niets constructiefs toe te voegen aan zijn beleid omtrent Iran. Ook Romney stelt immers dat een militaire aanval de laatste optie is. De Republikeinse kandidaat wil de sancties van Obama verstrengen om Iran op een diplomatieke manier op de knieën te dwingen. Over een oorlog heeft Romney niet veel gezegd, hoewel wordt aangenomen dat hij veel sneller naar militaire middelen zal grijpen dan Obama. Tijdens een bezoek aan Jeruzalem deze zomer deed Romney een uitspraak die analisten als zorgwekkend beschouwen. De Republikeinse presidentskandidaat beloofde er de "nucleaire vaardigheden" van Iran aan te zullen pakken. Tot dan toe had Romney het enkel over een potentieel nucleair wapen. Die nieuwe omschrijving zou de lat voor een militaire operatie een stuk lager kunnen leggen en dus lijkt een oorlog in Iran realistischer onder Romney dan onder Obama.
Ook Obama heeft voor de Verenigde Naties overigens wel al toegegeven dat zijn geduld met Iran niet eindeloos is en oorlog door zijn regering niet kan worden uitgesloten. Alleen klinkt Obama toch iets afwijzender dan Romney over een militaire ingreep. Dat Israël het graag tot militaire actie zou zien komen, deert Obama niet. "De enige druk die ik voel is dat ik correct wil handelen in het belang van het Amerikaanse volk", antwoordde Obama op de vraag of hij zich niet onder druk liet zetten door de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Tijdens het debat stelde Obama wel dat Iran niet alleen voor de Amerikaanse veiligheid een bedreiging is, maar ook voor Israël. Onlangs lekte de Amerikaanse pers het bericht dat de Verenigde Staten rechtstreeks met Iran rond de tafel zouden zitten over de nucleaire activiteiten van het land. Dat werd door Obama ontkend, maar er staan wel nieuwe internationale gesprekken met Iran op het programma. De diplomatieke weg krijgt dus hoe dan ook nog een kans.
Als het van Obama afhangt, komt er dus geen nieuwe oorlog in het Midden-Oosten. Tijdens zijn eerste termijn heeft de president geprobeerd een einde te maken aan twee andere oorlogen. Obama scoorde natuurlijk goede punten door de dood van Osama bin Laden, nieuws dat ook zijn tegenstanders ontroerd heeft. Romney gaat akkoord met Obama's beslissing om tegen 2014 alle troepen uit Afghanistan terug te trekken. De Republikein weigert echter zijn handtekening onder een datum te zetten. Hij wil afwachten hoe de situatie evolueert en de Afghanen zelf mee laten bepalen wanneer de Amerikaanse troepen definitief vertrekken. Ook over Irak heeft Romney een gelijkaardige mening. Hij vindt dat Obama meer met de leiders van het land had moeten overleggen om toch militair aanwezig te blijven.
Romney heeft lof voor de strijd van Obama tegen al-Qaida. De toekomstige plannen van de president steunt hij echter niet. Obama lijkt enigszins bereid tot onderhandelingen met de taliban, terwijl dat voor Romney uitgesloten is. Door de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan hebben de activiteiten van al-Qaida zich naar de grensstreek met Pakistan verplaatst. Daar claimt het Witte Huis verschillende topterroristen te hebben gedood. De vaak betwiste aanvallen met drones genieten de steun van Romney. Toch is er volgens hem nog werk te doen. Hoewel Pakistan een bondgenoot van de VS zou moeten zijn, gedragen ze zich niet altijd zo. "We mogen een land met honderd kernwapens niet loslaten", zei Romney over Pakistan. Obama stelt het beeld van het Midden-Oosten veel rooskleuriger voor. Hij zegt dat de houding van de bevolking in deze landen is veranderd, omdat Amerika de mensen gesteund heeft.
Dat brengt ons bij de revolutie die in veel Arabische landen ontketend werd. In Libië kregen de rebellen Amerikaanse steun in hun jacht op Moammar Kadhafi. Romney haalde veel kritiek over zich heen toen hij Obama veroordeelde na de aanslag op een Amerikaanse ambassade in Libië. Dat bleef hem ook tijdens de debatten achtervolgen. Zo stelde hij dat Obama er te lang over heeft gedaan om die aanslag aan terroristen toe te schrijven. Obama antwoordde dat hij dit de dag nadien al officieel had gesteld en hij kreeg hierbij de steun van de moderator. Het was een beschamend moment voor Romney, die ook van zijn eigen achterban kritiek kreeg. Hij zou een kans hebben laten liggen om Obama veel harder aan te pakken. Obama kan immers niet ontkennen dat er nog veel moet worden opgehelderd over die aanslag.
Over de strategie van de VS in landen als Libië komen Obama en Romney weer zo goed als volledig overeen. Allebei willen ze het extremisme vernietigen door deze landen te helpen zich economisch te ontwikkelen, door beter onderwijs te voorzien, door gelijkheid tussen mannen en vrouwen te promoten.
De stap van Libië naar Syrië is niet groot, aangezien de opstand daar ongeveer op hetzelfde ogenblik ontstaan is. Syrië blijkt echter een veel moeilijkere kwestie, aangezien de Verenigde Staten met heel wat factoren rekening moeten houden in hun steun voor de rebellen. De regering van Obama neemt al een hele tijd een afwachtende houding aan, hopend dat de problemen in Syrië zichzelf wel zullen oplossen. In tegenstelling tot Libië ligt Syrië strategisch moeilijk voor de Verenigde Staten. Het land bevindt zich tussen Israël en Iran, en Syrië heeft goede banden met Rusland. Met Europese steun zou Obama graag vanuit de Verenigde Naties een beweging willen steunen om Syrië net als Libië onder druk te zetten, maar het land heeft meer militaire mogelijkheden en de steden zijn dichterbevolkt.
Zonder zelf militair in te grijpen, zouden de Amerikanen hun rol kunnen invullen door wapens te leveren aan de rebellen. Zo kan de oppositie zich organiseren om het regime van Assad te doen vallen. Obama is echter voorzichtig, want hij vreest dat wapens in verkeerde handen kunnen vallen en de Verenigde Staten zo mogelijk toekomstige vijanden bewapenen. Hij wil daarom net zoals in Libië heel bedachtzaam handelen. Romney predikt van zijn kant geen oorlogstaal, maar hij lijkt sneller wapens naar Syrië te zullen sturen en de rebellen te helpen om een nieuwe regering te installeren. Het Witte Huis en de CIA zouden nu wel al een invloed uitoefenen via omringende landen zoals Turkije, Qatar en Saoedi-Arabië.
De meningen over Syrië zijn erg verdeeld, maar de rol van de VS is heel belangrijk voor de rest van de wereld. Syrië zou in het slechtste geval het toneel kunnen worden van een conflict tussen de Verenigde Staten en Rusland. Rusland stelt zelf echter niet tegen een verandering van de macht in Syrië te zijn, maar dat mag niet door het buitenland bepaald worden.
Het buitenlandbeleid is natuurlijk meer dan alleen oorlog en diplomatie. Een hele belangrijke factor de komende vier jaar wordt China. Deze economische grootmacht zal niet meer van het toneel verdwijnen, maar de Verenigde Staten zullen voor de nodige concurrentie moeten zorgen. Obama wil meer jobs uit het buitenland terug naar de VS halen. Daarvoor zal hij onderwijs, onderzoek en technologie stimuleren. Romney wil aan een handelsrelatie met China werken, maar dan wel eentje die in het voordeel van de VS werkt. De Republikein heeft veel ervaring in het bedrijfsleven en wil die tijdens zijn ambtstermijn tot uiting brengen. Obama countert die stelling met de uitspraak dat Romney in het verleden zelf geïnvesteerd heeft in China en op die manier heeft bijgedragen tot het faillissement van Amerikaanse bedrijven. Obama legt voorts een goed rapport voor, want de export naar China zou onder zijn beleid verdubbeld zijn. De economische gevolgen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen komen in deel 4 van deze reeks nog uitgebreid aan bod.
CONCLUSIE:
Romney is voorzichtig in zijn uitspraken, maar zal als president meer investeren in het leger. Dat is volgens Obama momenteel niet aan de orde, aangezien Defensie geen nood heeft aan een groter budget. De huidige president geeft meer dan Romney de indruk een sterke leider van zijn land te zijn. Romney heeft dat imago niet en zet zijn geld tijdens de verkiezingen daardoor ook meer in op andere kwesties, zoals de economie. In werkelijkheid heeft Romney zo goed als niets toe te voegen aan het buitenlandbeleid van Obama. Al zou Romney soms misschien toch iets krachtdadiger, of impulsiever, uit de hoek willen komen. De Republikein haalde wel de realiteit van de verkiezingen aan. Niemand weet hoe de toekomst eruit ziet. Zo wisten de kiezers in 2000 nog niet dat een jaar later op 11 september de wereld op één ochtend zou veranderen. Soms kunnen kandidaten geen beleid uitstippelen, maar dringt dat beleid zichzelf op. Maar wie wil u in zo'n situatie als Amerikaans president: Obama of Romney?
Vrijdag: in deel 3 gaan we dieper in op de invloed van Obama en Romney op internetvrijheid