Hulpgoederen op weg naar uitgehongerde Syriërs
De Verenigde Naties en het Rode Kruis hopen zondag hulpgoederen te kunnen afleveren aan de bevolking in de plaatsen Madaya, al-Foua en Kefraya in het westen van Syrië. Er is vooral dringend behoefte aan medicijnen en babyvoeding omdat moeders vanwege de honger geen borstvoeding kunnen geven. De laatste keer dat deze plaatsen door hulporganisaties bereikt konden worden was in oktober.
In Madaya worden 40.000 inwoners al een half jaar ingesloten door het Syrische leger en de Libanese bondgenoot Hezbollah. In de noordelijker gelegen plaatsen al-Foua en Kefraya worden 20.000 mensen gegijzeld door strijders van de oppositie.
Sinds 1 december zijn in Madaya 23 mensen in centra van Artsen Zonder Grenzen van de honger gestorven. De hulpvoorziening wordt bemoeilijkt omdat de hulpkonvooien vijandelijke linies moeten doorsnijden. Blokkades en gijzelingen zijn een beproefde tactiek van de strijdende partijen, waarmee de bevolking wordt gedwongen zich over te geven of de hongerdood te sterven.
De afgelopen dagen kwamen schokkende beelden van uitgehongerde Syriërs naar buiten. De Syrische overheid heeft daarop toestemming gegeven voor hulp aan het gebied. De vraag is of dat genoeg gaat zijn, zo zei een woordvoerder van de Syrische oppositie tegen persbureau AP. In het verleden zijn zulke hulpkonvoois 'teleurstellend' geweest omdat er meestal alleen genoeg voedsel voor een week mocht worden gebracht en geen flesvoeding voor baby's.
De inmiddels bijna vijf jaar durende burgeroorlog in Syrië heeft aan zo'n 250.000 mensen het leven gekost.