"Internationale gemeenschap moet meer doen voor slachtoffers in Syrië"
Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders beseft dat de internationale gemeenschap extra inspanningen zal moeten leveren om de slachtoffers van het geweld in Syrië bij te staan. "Nu is het niet genoeg, dat kan je zien", zei hij tijdens een bezoek aan het vluchtelingenkamp Za'atri in Jordanië. Eerder op de dag had ook zijn Jordaanse evenknie Nasser Judeh hem al op het hart gedrukt dat zijn land niet alles alleen aan kan.
Reynders werkt momenteel een meerdaags bezoek af aan Jordanië en Irak, waarna hij doorreist naar de VN-Mensenrechtenraad in Genève. Centraal tijdens de hele reis staat het aanhoudende geweld in Syrië, met de nadruk op het humanitaire leed dat daaruit voortvloeit.
Van de naar schatting ruim 900.000 Syriërs die intussen hun land ontvlucht zijn, bevindt minstens een derde zich in Jordanië. Het grote vluchtelingenkamp Za'atri telt er zo'n 80.000, terwijl heel wat mensen ook worden opgevangen door verre familie of stamgenoten in het land. Met de laatste weken dagelijks drieduizend nieuwkomers, dringen plannen voor een tweede VN-kamp zich echter op.
Maar dat kost een smak geld. "Op de donorconferentie in Koeweit zijn vorige maand heel wat beloftes gedaan, maar op het terrein voelen we dat voorlopig nog niet", zo valt te horen bij medewerkers in het vluchtelingenkamp. Van België krijgt het kamp rechtstreeks een miljoen euro uit de 6,5 miljoen euro die ons land in Koeweit extra op tafel heeft gelegd, bovenop de 2,5 miljoen die het eerder al toezegde.
De Belgische bijdrage houdt daarmee trouwens niet op, aldus Reynders. Hij onderstreept dat ons land ook bijdraagt via de EU en de VN, maar erkent wel dat de internationale gemeenschap in de toekomst "nog meer zal moeten doen". "En niet enkel voor de vluchtelingen, maar ook voor de mensen in Syrië." De minister blijft daarom inzetten op de naleving van de minimale mensenrechten in het land, met toch minstens basisgezondheidszorg.
Problematische onderfinanciering
Onderfinanciering blijft in elk geval een groot probleem. Zo werd voor de opvang van vluchtelingen in Jordanië bijvoorbeeld al zo'n 200 miljoen dollar vrijgemaakt, terwijl volgens minister Judeh eigenlijk minstens 600 miljoen dollar zou nodig zijn. "Het aantal Syriërs weegt serieus op onze economie en onze samenleving", onderstreepte hij. Jordanië kampt bovendien ook zonder de Syriërs al met een zwaar water- en energietekort.
Op politiek vlak is de hoop op een snelle oplossing intussen lang opgegeven. "De laatste maanden blijkt meer en meer dat we naar een langdurig conflict gaan", bevestigt Reynders. Net als Europa schaart ook de Jordaanse minister Judeh zich achter de inspanningen van VN-gezant Brahimi, maar waar zijn koning Abdullah in het verleden al pleitte voor het vertrek van president Assad, wilde Judeh maandag enkel kwijt dat het vredesproces "alle etnische en religieuze gemeenschappen" zal moeten betrekken. En hoe dan ook moet de Syrische territoriale soevereiniteit "intact" blijven, klonk het nog.