Iraakse premier vraagt inwoners Fallujah om Al-Qaïda zelf te verdrijven
De Iraakse premier Noeri al-Maliki heeft de bewoners en stammen van de door Al-Qaïda bezette stad Fallujah opgeroepen die terroristen zelf te verdrijven om "een gewapende strijd bespaard te blijven".
Al-Maliki riep het regeringsleger ook op "geen woonzones aan te vallen". Op die manier wil de Iraakse regering vermijden dat volledige stadsdelen het schouwtoneel van gevechten tussen opstandelingen en het Iraakse leger worden.
Kort na het op de staatstelevisie voorgelezen communiqué van de sjiitische regeringsleider trokken de regeringstroepen zich uit de oostelijke stadsrand van Fallujah terug, waar vanmorgen nog gevochten werd. Volgens het Iraakse persbureau Sumeria News is de terugtrekking het resultaat van onderhandelingen van de stadsraad met de regering.
Twee steden ingenomen
Terroristen van de Al-Qaïda-vleugel Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL) hebben vorige week de steden Ramadi en Fallujah in de westelijke Iraakse provincie al-Anbar bestormd. Stammenstrijders en plaatselijke politie hebben de meesten van hen weer verdreven uit delen van de stad Ramadi, waar vandaag wel nog gevechten plaatsvonden.
In Fallujah konden de terroristen zich wel handhaven. De stammenstrijders bekampen hen er namelijk niet, maar wel het leger dat probeerde vanuit het oosten de stad binnen te dringen.
Soennieten
In de provincie al-Anbar, waar Ramadi en Fallujah deel van uitmaken, wonen vele soennieten die in het leger een verlengde arm van de regerende sjiitische partij zien. De gevechten in al-Anbar hebben de laatste drie dagen aan meer dan tweehonderd mensen het leven gekost.
Fallujah was al bij de inval van de Amerikanen in Irak in 2003 een bolwerk van soennitische rebellen en het strijdtoneel van hevige gevechten. Uiteindelijk lukte het de troepen toch om de stad onder controle te krijgen. Maar sinds de Amerikanen in 2012 het land verlaten hebben, krijgen de rebellen er toch weer voet aan de bodem.