Libische regering zal niet toegeven aan "revolutionairen"
De Libische overgangsregering zal niet buigen onder druk van gewapende "revolutionairen", die geld eisen voor hun strijd tegen het ten val gebrachte regime van kolonel Mouammar al-Kadhafi. "De Libische regering zal zich niet onderwerpen aan het dictaat van de wettelozen en zal zich ook niet door wapengeweld op de knieën laten dwingen", zei premier Abdel Rahim al-Kib gisterennacht op de Libische televisie. De eisen van de gewapende groep, die gisteren het ministerie van de premier en zijn beide plaatsvervangers in Tripoli hadden bestormd, zijn ongerechtvaardigd. Verschillende aanvallers zijn opgepakt. Ze zullen snel voor de rechter gebracht worden.
Gisterennamiddag hadden een tweehonderdtal gewapende mannen, die zichzelf als "revolutionairen" omschreven, het gebouw in het stadscentrum omsingeld. Ze leverden gedurende anderhalf uur een gevecht met de bewakers, die tot het ministerie van Binnenlandse Zaken behoren. Volgens officiële gegevens werd een lid van de veiligheidsdiensten gedood. Drie andere bewakers en een van de aanvallers liepen verwondingen op. De bewakers konden de aanvallers uiteindelijk verdrijven en hen deels ontwapenen.
Vele voormalige revolutionairen, die vorig jaar tegen het Kadhafi-regime hadden gevochten, kregen inmiddels een geldbedrag als bonus. De overgangsregering is van mening dat zich nu overwegend "valse revolutionairen" melden, die ten onrechte geld uit de staatskas eisen.
De organisatie van de naoorlogse periode in Libië, die met de dood van Kadhafi in oktober is begonnen, vormt een grote uitdaging voor de overgangsregering. Op 19 juni zullen de Libiërs, die democratie tot nog toe enkel van de televisie of uit hun ervaringen in ballingschap kennen, voor de eerste keer hun stem uitbrengen. De 200 leden van de nieuwe Algemene Nationale Conferentie zullen dan een nieuwe regering benoemen en een comité samenstellen dat de grondwet moet uitwerken.