Mensensmokkelaar: "Hoeveel apen vervoer jij vandaag?"
Tragisch maar waar. Dit is op dit moment haast dagelijkse kost in de haven van Lampedusa. Een ferry meert er aan om honderden gestrande vluchtelingen -mannen, vrouwen en kinderen, red- naar Sicilië te varen. "We zijn op weg naar een beter leven", klinkt het.
Achter een ijzeren hekken worden ze netjes in een rij gezet, de vluchtelingen. Het opvangcentrum op Lampedusa kan de toestroom immers niet aan. Dus moeten ze weg. Naar Sicilië, onder meer. Waar ze opnieuw gecontroleerd en geïdentificeerd worden en dan doorgaans een document krijgen. Een bevel om het grondgebied te verlaten. Het eiland Sicilië dus! Redelijk onmogelijk voor straatarme vluchtelingen. En als Sicilië zegt dat het even genoeg geweest is, gaan ze naar het Italiaanse vasteland. Zo lang ze maar wég zijn.
"Maar Europa is onze toekomst", zegt Alemayehu. De voorbije maanden, toen hij en zijn vrienden uit Ethiopië zijn gevlucht, werden ze slecht behandeld door de mensensmokkelaars. "Maanden hebben we over de tocht gedaan. Van Ethiopië over Sudan en Libië tot in Lampedusa. De mensensmokkelaars noemden ons 'apen'. Tegen mekaar zegden ze dan vrolijk: "he, hoeveel apen neem jij vandaag mee in je pickup?" Voor de tocht betaalde hij omgerekend een dikke 4.000 euro. "Mijn broer spaarde dat geld voor mijn toekomst in Europa. Maar dat bracht hem nu in gevaar. Hij is moeten vluchten voor de overheid." Straks, als Alemayehu en zijn vrienden het Europese vasteland bereiken, is hij van plan om werk te zoeken en zijn broer terug te betalen.
De jonge zusjes Rahi en Lula komen uit Eritrea. Een maand lang waren ze op de vlucht. "In Libië hebben we vaak moeten huilen", zeggen de meisjes. Ze zijn amper twintig jaar en betaalden een kleine 3.000 euro aan de mensensmokkelaars. "We willen naar school kunnen gaan. Een écht leven hebben. Dit hebben we nooit gewild." Ze zijn blij dat ze zover geraakt zijn. "We zijn op weg naar een beter leven. Maar gelukkig zijn we nog niet."
In de straten van Lampedusa wacht Shady Ahmad, een Syrische man die met heel zijn gezin wegvluchtte uit hun thuisland. "Mijn vrouw en de twee kinderen heb ik moeten achterlaten in Jordanië. Ik heb de barre tocht alleen ondernomen." Bijna vier maanden deed hij erover. "Dat kwam omdat de mensensmokkelaars me in Libië beroofden van mijn allerlaatste geld. Om de boottocht te kunnen betalen hebben ze me maandenlang als een slaaf laten werken." Uiteindelijk stapte Shady vorige week ergens in het holst van de nacht in een van de vele gammele bootjes. "Met 300 waren we aan boord. De boot was overladen en dreigde te zinken. De Afrikanen moesten allemaal beneden in het ruim, van de mensensmokkelaars. Want zij zijn zwart!" De Italiaanse kustwacht redde Shady en de honderden anderen uit het water. In ons bijzijn belde hij naar zijn vrouw en kinderen. "Ik ben er bijna!", zegde hij. "Binnenkort zien we mekaar terug! Beloofd!"
LEES HUN VERHALEN MORGEN IN HET LAATSTE NIEUWS, OOK VERKRIJGBAAR IN DIGITALE VERSIE