NAVO gaat militaire operatie Libië leiden
De NAVO neemt het commando van de militaire operaties in Libië over van de Verenigde Staten. Lidstaten van de organisatie bereikten daar vandaag een principeakkoord over. De overdracht zal over enkele dagen plaatsvinden.
Volgens de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu bereikten de NAVO-landen Frankrijk, Amerika, Groot-Brittannië en Turkije overeenstemming over de rol van de NAVO. Turkije was lang gekeerd tegen militair ingrijpen in Libië. De andere landen van de NAVO zijn volgens de minister tegemoetgekomen aan de eisen van Turkije. Wat die inhouden, is niet bekendgemaakt. De NAVO zelf bevestigt intussen het bericht.
"Wij treden op in het kader van een brede internationale inspanning om de burgers te beschermen tegen het regime van Kadhafi", verklaarde secretaris-generaal van de NAVO Anders Fogh Rasmussen.
Binnen enkele dagen
Volgens de Turkse minister kan de organisatie binnen enkele dagen het commando overnemen van de internationale coalitie die wordt geleid door Amerika.
Die voerde de coalitie met tegenzin aan, mede omdat het al militair actief is in de moslimlanden Afghanistan en Irak. Dinsdag werd al bekend dat de NAVO het wapenembargo tegen Libië ging controleren in de Middellandse Zee, waaraan ook Nederland meedoet met de inzet van onder andere F-16's.
Ondertussen lukt het de internationale coalitie niet om de grondtroepen van de Libische leider Mouammar Kadhafi af te schrikken met bombardementen. Na vijf dagen van luchtaanvallen gingen de gevechten donderdag onverminderd door.
Geen maanden meer
De luchtaanvallen op Libië zullen volgens de Franse minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé nog wel even doorgaan. Hij zei dat het uitschakelen van de troepen van Kaddafi "een kwestie van dagen of weken is, maar zeker niet van maanden''. Maar vooralsnog lijkt de Libische dictator geen centimeter te wijken in de steden waar hij al de baas is.
Aan het oostelijke front zijn rebellen de oliestad Ajdabiyah dicht genaderd. Ze kunnen de plaats echter niet veroveren op de Kadhafi-getrouwen. De nauwelijks gecoördineerde pogingen stranden vooral door de zware wapens die het leger nog steeds kan gebruiken. Volgens de rebellen worden ze beschoten met tanks, kanonnen en raketten.
Tanks
In het westen wordt nog gevochten in Misurata en Zintan. Het lukte buitenlandse gevechtsvliegtuigen in Misurata om tanks te verwoesten in de buitenwijken. Maar de troepen van Kadhafi hebben nog wel tanks in het centrum, waarmee ze de opstandelingen in de stad belagen. In Zintan is het rustiger dan in de afgelopen dagen, maar buiten de stad staan nog altijd tientallen tanks.
Veel geld
Het is moeilijk in te schatten hoe lang Kadhafi de strijd kan volhouden. Het is bekend dat de Libische leider over grote hoeveelheden contant geld beschikt, waarmee hij de oorlog voorlopig bekostigt. Het wordt hem echter moeilijk gemaakt om aan wapens en munitie te komen, door het wapenembargo.
De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) schat dat er nog altijd ruim 800.000 buitenlandse arbeiders in Libië zijn. Het is niet duidelijk hoeveel van hen het land willen verlaten. Begin maart had de IOM de Libische overheid al gevraagd of zij een humanitaire missie mocht beginnen om de duizenden buitenlanders te evacueren. Libië heeft nog geen antwoord gegeven. (anp/rtr/adb/edp)