Nederlandse Kamer heeft "geen hard bewijs tegen Assad"
Nederland kan niet met zekerheid zeggen dat het regime van Assad achter de gifgasaanval in Damascus zat. Een besloten briefing door de Nederlandse inlichtingendiensten heeft de fracties van de Tweede Kamer geen nieuwe inzichten verschaft. Dat melden Kamerleden na afloop van de bijeenkomst.
Minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken schreef eerder al aan de Kamer dat Nederland niet over bewijzen beschikt voor de gifgasaanval en wie daarvoor verantwoordelijk zou zijn. De Kamer vroeg vervolgens om in een besloten bijeenkomst nader te worden geïnformeerd door de inlichtingendiensten. Achter gesloten deuren hoorden ze echter weinig nieuws.
Amerikaanse bewijzen niet gedeeld
De Kamerleden kregen de volledige informatiepositie van Nederland te horen. De inlichtingendiensten specificeerden echter niet welk deel van de informatie eigen speurwerk is en welk deel van buitenlandse diensten afkomstig is. De Verenigde Staten beweren zeker te weten dat het regime-Assad verantwoordelijk is voor de gasaanval van 21 augustus. Het lijkt er echter op dat die bewijzen niet zijn gedeeld met Nederland.
Het kabinet is van mening dat eerst de resultaten van het VN-onderzoek moeten worden afgewacht voordat kan worden besloten over een eventueel militair ingrijpen. De voltallige Kamer steunt dat standpunt.