Nieuwe Libische regering nu al onder vuur
De nieuwe Libische regering van premier Abdel Rahim al-Kib ligt nu al onder vuur. Verschillende Libische regio's voelen zich benadeeld door de huidige verdeling van ministeries.
De Amazighs klagen dat ze geen belangrijke ministeries toegewezen kregen, en dat hun vertegenwoordiging in de regering "niet overeenkomt met hun aanwezigheid en bijdrage aan de Libische revolutie". De Libische bevolking wordt opgeroepen om hun samenwerking met de Nationale Overgangsraad CNT en de interimregering tijdelijk stop te zetten.
Betoging
Ook in Benghazi, de stad in het oosten van Libië waar het gewapend protest van start ging, klinkt er ongenoegen. Tientallen mensen kwamen er op straat om te betogen tegen de nieuwe regering, waarin Benghazi in hun ogen niet voldoende vertegenwoordigd wordt.
De revolutionairen, voor het merendeel burgers die de wapens opnamen om te vechten tegen de troepen van het voormalige regime, oefenden eveneens druk uit op de premier om hun aandeel in de regering te verkrijgen.
Ex-rebellen
"Ik kan iedereen geruststellen. Heel Libië wordt vertegenwoordigd in de regering", aldus de premier in een reactie. Minstens twee belangrijke ministeries worden toevertrouwd aan ex-rebellen die het regime van Kadhafi bestreden hebben. Het gaat om Oussama Jouili, ex-rebellencommandant van Zenten die Defensie toegewezen kreeg, en Faouzi Abdelal uit Misrata op Binnenlandse Zaken.
De oppositie in ballingschap kreeg eveneens een stem in de nieuwe regering. Zo wordt Achour ben Khayal, voormalig ambassadeur onder het regime van Kadhafi alvorens naar de oppositie over te stappen, de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken. De cruciale portefeuille van Olie gaat naar Abdelrahman ben Yazza, een verantwoordelijke van de Italiaanse oliereus ENI. (belga/sg)