Nigeriaanse regering negeert bloedblad in Baga
In het Nigeriaanse vissersdorp Baga zouden bij een razzia tegen milities ook minstens 200 inwoners gedood zijn. Het leger ontkent het geweld tegen burgers. Mensenrechtengroepen twijfelen dat het onderzoek naar het bloedbad ernstig wordt gevoerd.
Wat midden april in het Nigeriaanse Baga gebeurde, is erg onduidelijk. Nigeriaanse soldaten trokken het vissersdorp in het noordoosten van het land binnen. Ze zochten naar opstandelingen van de radicale moslimmilitie Boko Haram. Bij gevechten kwamen burgers om; een deel van het dorp werd vernield. Over het aantal doden, de omvang van de schade en wat er juist gebeurd is, leggen het leger en de inwoners echter zeer uiteenlopende verklaringen af.
De regering gelastte tegelijkertijd vijf commissies om de gebeurtenissen te onderzoeken, maar mensenrechtengroepen hebben er hun twijfels over of het onderzoek veel zal opleveren. "De regering benoemt bij het kleinste incident een onderzoekscommissie, maar er komt nooit iets van terecht", zei burgerrechtenactiviste Mabel Ade in Abuja.
Geloofwaardigheid is weg
Politicoloog Hussaini Tukur Hassan van de Nasarawa Staatsuniversiteit spreekt zich hetzelfde uit over vroegere onderzoekscommissies. Volgens hem heeft nooit iemand rekenschap moeten afleggen. "Er is een groot geloofwaardigheidsprobleem in dit land."
Volgens mensenrechtengroepen probeert het leger een bloedbad op burgers in Baga te verdoezelen. Het Rode Kruis maakte in het begin gewag van minstens 187 gedode burgers. Bovendien werden rond de 2.000 huizen in het dorp aan het Tsjaadmeer met de bodem gelijkgemaakt. De senator van Baga, Maina Lawan, zei aan Human Rights Watch dat minstens 220 mensen daarna begraven werden.
Slachtpartij van leger
De regering omschreef dat aantal als compleet overdreven. Volgens een rapport van het leger aan de Nigeriaanse president Goodluck Jonathan kwamen zes burgers tijdens de operatie om het leven, en werden 30 moslimmilitanten en een soldaat gedood. Die frappante tegenstrijdigheid voedt de bezorgdheid dat getracht wordt een slachting door het leger te verdoezelen, luidt het in een rapport van de Afrika-directeur van Human Rights Watch, Daniel Bekele.
Baga ligt ongeveer 200 kilometer ten noorden van Maiduguri, een van de grote steunpunten van Boko Haram. De extremisten vechten sinds 2009 tegen de regering en willen in het overwegend islamitische noorden van het land een strenge interpretatie van de islamitische rechtspraak sharia invoeren. Het leger zegt dat de opstandelingen op 16 april het dorp hebben aangevallen. Daags nadien vonden de troepen bij een razzia raketwerpers, granaten en andere springtuigen.
Boko Haram
Volgens zegsmannen van Human Rights Watch, die zich op getuigenissen en satellietbeelden beroepen, werd een groot deel van het dorp platgebrand. Inwoners zeiden dat de soldaten Baga hebben geplunderd, nadat Boko Haram een legerpatrouille had aangevallen en daarbij een soldaat had gedood. Voor de razzia hadden de soldaten de dorpsbewoners gezegd dat ze als opstandelingen behandeld zouden worden, omdat ze niet met het leger samenwerkten en "hun broeders hadden verstopt".
Mensenrechtengroepen hebben de Nigeriaanse strijdkrachten er herhaaldelijk van beschuldigd vermoedelijke leden van Boko Haram te hebben mishandeld, willekeurig opgesloten en ook te hebben gedood. "De regering moet de moordende spiraal van geweld stoppen en alle verantwoordelijken rekenschap laten afleggen", eiste Bekele. Net bij gewelddadigheden met veel doden gebeurt er in Nigeria evenwel heel weinig.