Noodtoestand in Mali na half jaar opgeheven
De Malinese overheid heft de noodtoestand op die op 12 januari was uitgeroepen. Morgen wordt in het West-Afrikaanse land het startschot gegeven van de campagne voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, die op 28 juli plaatsvindt. De rebellen hebben de laatste grote stad overgedragen aan het regeringsleger.
De noodtoestand was ingesteld twee dagen na een verrassingsoffensief tegen het zuiden van het land door islamistische groepen die al negen maanden het noorden van Mali controleerden.
Het Malinese leger is gisterenmiddag Kidal binnengetrokken. De Toeareg-rebellen die er bijna anderhalf jaar de lakens uitdeelden hielden zich aan het onlangs getekende vredesakkoord dat voorschreef dat zij het gezag over de noordelijke stad zouden overdragen.
Demonstraties
"De militairen trokken (...) Kamp 1 in de stad binnen, vergezeld door Franse troepen, net als bij onze intocht in Timboektoe en Gao", zegt perschef luitenant-kolonel Souleymane Maiga. Volgens de locoburgemeester vonden er twee demonstraties plaats, van zowel voorstanders als tegenstanders van de komst van het leger. "Er werden enkele waarschuwingsschoten gelost en de demonstranten gingen uiteen", zegt Abda Ag Kazina.
Net als de rest van Noord-Mali werd Kidal na een staatsgreep in maart 2012 bezet door een losse alliantie van rebellenbewegingen. De opstandelingen werden op hun beurt door een Franse interventiemacht verdreven. Maar in februari keerden de Toeareg-strijders al in Kidal terug. Ze richtten wegversperringen op, inden belastingen en riepen in feite een eigen staat in het leven.
De drie weken geleden overeengekomen overdracht van Kidal werd met spanning afgewacht. Velen vreesden dat de Toeareg-rebellen het regeringsleger als puntje bij paaltje kwam uit de stad zouden weren.