Noord-Ierse regering veroordeelt moord op ex-rebellenleider
De Noord-Ierse regering heeft de moord op een vroegere leider van een splintergroep van de IRA op Goede Vrijdag in Belfast scherp veroordeeld. "De kleine minderheid die het publieke leven wil blijven terroriseren, moet begrijpen dat ze Noord-Ierland niet terug in de donkere dagen van weleer kunnen brengen", zei regeringsleider Peter Robinson van de Democratic Unionist Party (DUP) vandaag.
De 43-jarige man werd vrijdag doodgeschoten op een industrieterrein in een destijds felbevochten wijk in Belfast. Hij zou eerder uit eigen rangen doodsbedreigingen hebben ontvangen. Hij behoorde vroeger tot de leiderskringen van de Continuity IRA (CIRA) en bracht zes jaar door in een hoogbeveiligde gevangenis. De politie pakte een 26-jarige man op in de buurt van de plaats van de misdaad. Hij wordt nog verhoord, zeiden de speurders vandaag. Bij de Republikeinse rebellen kwam het steeds weer tot een interne loopgravenoorlog en een machtsstrijd.
Symbolische betekenis
Goede Vrijdag heeft als belangrijke christelijke feestdag een grote symbolische betekenis in het Noord-Ierse conflict, waarin tot op vandaag de Republikeinse katholieken en pro-Britse protestanten tegenover elkaar staan.
De moord gebeurde op de 16de verjaardag van de Goede Vrijdagakkoorden van 1998, die na drie decennia bijna zo goed als volledig een einde maakten aan het bloedige conflict. Het legde de machtsdeling tussen katholieken en protestanten vast.
De Noord-Ierse vicepremier Martin McGuinness (Sinn Fein), een vroeger lid van de IRA, zei: "De mensen die achter deze moord schuilgaan, zijn misdadigers en zullen met deze schietpartij niets bereiken. Wie ook deze moord heeft begaan, heeft de samenleving niets te bieden en zal in de toekomst geen rol spelen".
De burgemeester van Belfast Máirtín Ó Muilleoir twitterde: "Wie in de paasperiode dood zaait in de straten van Belfast moet zich schamen. Die vertegenwoordigt enkel zichzelf en heeft geen plaats in onze geweldige stad".