Noorwegen weigert chemische wapens uit Syrië te vernietigen
De Noorse regering gaat niet in op de vraag van de Verenigde Staten om een deel van het Syrische chemische wapenarsenaal naar Noorwegen over te brengen en daar te vernietigen. Dat heeft Noors minister van Buitenlandse Zaken Børge Brende vandaag bekendgemaakt.
"Het tijdskader is zo krap dat Noorwegen de taak niet op tijd kan vervullen", zei Brende. Daarnaast beschikt Noorwegen volgens hem ook niet over de capaciteit om een dergelijke operatie uit te voeren.
Er zou aan het Scandinavische land gevraagd zijn om 50 ton mosterdgas en 500 ton chemicaliën, die gebruikt worden voor de aanmaak van het uiterst gevaarlijke gifgas sarin, onschadelijk te maken. Volgens Brende wil Noorwegen wel economische en humanitaire hulp aanbieden.
Volgens Sico van der Meer, expert chemische wapens bij het instituut Clingendael, ligt de bal weer bij de Verenigde Staten en Rusland. "Zij zijn diegenen die de expertise en de middelen hebben om deze wapens te vernietigen. Bovendien zijn zij verantwoordelijk voor de deal met Syrië en de bijbehorende deadline. Ergens anders zou een compleet nieuwe fabriek moeten worden gebouwd voor de ontmanteling en dat kost tijd en geld.''