Onderzoek heropend naar mysterieuze dood van Tsjechoslovaakse minister in 1948
Bijna 77 jaar na de mysterieuze dood van de Tsjechoslovaakse minister van Buitenlandse Zaken Jan Masaryk in Praag heeft de politie de zaak heropend. De aanleiding zijn nieuw ontdekte documenten uit archieven van diplomatieke instellingen en geheime diensten. Dat heeft het Tsjechische Instituut voor Documentatie en Onderzoek van Communistische misdrijven woensdag bekendgemaakt.
Minister Masaryk overleed op 10 maart 1948, kort na de staatsgreep van de Communistische Partij. Zijn lichaam werd buiten onder het raam van zijn badkamer op de eerste verdieping gevonden. Enkele maanden eerder was Masaryk, die als pro-westers stond geboekstaafd, al het doelwit van een mislukte bomaanslag. Voor het einde van het communistische bewind in 1989 werd zijn dood als een ongeluk of zelfmoord beschouwd.
De archieven van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die tot nu toe geheim waren, worden nu geanalyseerd. De onderzoekers hopen dat dat “antwoorden zal geven op een aantal vragen die lange tijd onbeantwoord zijn gebleven”.
Het Instituut voor Documentatie en Onderzoek van Communistische Misdaden in Praag maakt deel uit van de onderzoeksautoriteiten van de politie.
Jan Masaryk was de zoon van Tomas Garrigue Masaryk, de eerste president van Tsjechoslovakije. Hij stond daarom hoog aangeschrven bij de bevolking en was een doorn in het oog van de communisten.