Onderzoekers: "Rommel op straat leidt tot discriminatie"
Discriminatie komt vaker voor in een omgeving waar veel troep op straat ligt. In een vervuilde omgeving houdt men ook meer fysieke afstand tot allochtonen. Bovendien zijn ze minder bereid om geld te doneren voor minderheden, als de omgeving rommelig is.
Dat blijkt uit experimenten die psycholoog Diederik Stapel van de Universiteit van Tilburg en socioloog Siegwart Lindenberg van de Rijksuniversiteit Groningen hebben uitgevoerd.
Behoefte aan structuur
Volgens de hoogleraren hebben mensen in een rommelige omgeving meer behoefte aan structuur. Daardoor grijpen ze terug op stereotypen, want dat geeft rust in hun hoofd. Stereotype denken is heel zwart-wit en daardoor discriminerend, aldus Lindenberg. Vorig jaar bleek al uit Gronings onderzoek dat een rommelige omgeving en troep in de wijk normoverschrijdend gedrag en criminaliteit in de hand werken.
De professoren ondervroegen onder anderen veertig reizigers op het Centraal Station in Utrecht over eigenschappen van minderheden. Dat deden ze terwijl er een staking van het schoonmaakpersoneel aan de gang was en later nog eens, toen alles weer was opgeruimd. Tijdens de smerigste periode kregen de wetenschappers ook de meest discriminerende antwoorden.
Tijdens een ander experiment werd een inzameling gehouden voor minderheden in een rijke buurt in Nijmegen. De bewoners bleken minder scheutig te zijn toen de omgeving expres rommelig was gemaakt. Het is daarom volgens de wetenschappers zinvol om sociaal zwakke buurten in elk geval netjes en schoon te houden. (belga/tvl)