Onenigheid over interventie Syrië blijft
Er hebben zich de afgelopen dagen twee duidelijk afgebakende kampen afgetekend in de discussie of er al dan niet militair ingegrepen moet worden in Syrië. Terwijl de Franse president François Hollande gisteren nog opperde dat "een gewapende interventie onder VN-vlag in Syrië niet uitgesloten is na het bloedbad in Houla", krijg hij vandaag al tegenwind van Duitsland en Rusland.
"De Duitse regering ziet geen enkele reden om over militaire opties te speculeren", liet de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle weten aan de Duitse krant Die Welt. Tegelijkertijd waarschuwde hij ook nog eens voor het gevaar van een "grote brand" in de regio.
"En wat nadien?"
Rusland vraagt Hollande goed na te denken over de gevolgen van een militaire interventie. "Praten over een interventie betekent dat je je laat leiden door politieke emoties eerder dan te evalueren", zegt de Russische viceminister van Buitenlandse Zaken Andrej Denissov. "We moeten ons de vraag stellen: en wat nadien?"
Ook Luxemburg maakt voorbehoud tegen een militaire interventie. Volgens de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken Jean Asselborn zou een interventie "tienduizenden doden tot gevolg hebben".
De Nederlandse regering gaat ondertussen de waarnemersmissie Unsmis en het werk van VN-gezant Kofi Annan in Syrië steunen. Dat maakten minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken en minister Hans Hillen van Defensie vandaag bekend in een brief aan de Tweede Kamer.