Ontplofte kunstmestfabriek Texas ontsnapte 30 jaar lang aan controleurs
De kunstmestfabriek die vorige week in West, Texas, ontplofte en de omgeving in een puinhoop veranderde, is jarenlang aan een grondige controle ontsnapt. Bij controles werden andere aspecten van de fabriek bekeken, hoewel kunstmest al lang als potentieel gevaarlijk wordt beschouwd.
"Het is daar al zo lang, dat we het als vanzelfsprekend beschouwen", schrijft een columnist in een lokale krant. Maar dat mag geen excuus zijn voor de ramp die vorige week aan veertien mensen het leven kostte en tientallen gebouwen verwoestte. Documenten gaan terug tot in 1976, maar niemand trok aan de alarmbel terwijl het kunstmest zich in de fabriek opstapelde. Amper twee jaar geleden nog stelden de eigenaars van de fabriek in een evacuatieplan dat er geen risico op brand of een explosie bestond, hooguit zou een kleine hoeveelheid ammonium in de atmosfeer kunnen worden losgelaten.
Nochtans hebben we met materiaal te maken dat al vaker erg gevaarlijk is gebleken. In 1947 explodeerde een schip met het goedje aan boord in een haven in Texas en bij die ramp kwamen zeker 500 mensen om het leven. In 1995 gebruikte Timothy McVeigh ongeveer twee ton ammoniumnitraat om een federaal gebouw in Oklahoma City op te blazen. In de kunstmestfabriek in West zou sinds vorig jaar ongeveer 270 ton van dat materiaal opgestapeld gelegen hebben.
De Huffington Post beschikt over het bewijs dat de fabriek in 1985 voor het laatst een volledige veiligheidscontrole kreeg. Sindsdien zijn er enkel controles van andere aspecten geweest. Vorig jaar nog kreeg de fabriek een boete van 5.200 dollar voor verschillende kleinere inbreuken. Zeven jaar geleden stelde ook een Texaanse milieucommissie dat het risico op een ongeval in de fabriek klein was.
De eigenaar van de fabriek, Donald Adair, is nog niet beschikbaar voor commentaar. Hij liet in een verklaring wel verstaan dat "zijn hart gebroken is door verdriet voor de tragische verliezen die de gemeenschap geleden heeft".