OPCW: "Erkenning voor inspanningen van voorbije 16 jaar"
"De Nobelprijs voor de Vrede is een erkenning voor de bijdrage die de organisatie de voorbije zestien jaar voor de wereldwijde vrede heeft geleverd." Dat heeft Ahmet Uzumcu, de directeur-generaal van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), vandaag verklaard.
"Het is ook een erkenning voor de inspanningen van onze medewerkers, die nu in Syrië worden ingezet en een moedige inspanning doen om hun mandaat te vervullen", verklaarde hij in Den Haag aan de Noorse zender NRK.
"Ik weet dat de Nobelprijs ons de komende maanden zal helpen om de wereldwijde verspreiding te promoten van de conventie over chemische wapens", verklaarde hij verder. Het verdrag uit 1993 werd door een handvol landen nog altijd niet ondertekend of geratificeerd. Het gaat dan onder meer om Israël, Noord-Korea, Angola, Egypte en Zuid-Soedan.
Uzumcu hoopt ook de prijs landen zoals Rusland en de VS kan overtuigen om eindelijk ook effectief werk te maken van het definitief bannen van hun chemische wapens.
Missie
Experts van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) hebben vandaag hun hotel in Damascus verlaten, voor de eerste missie van de organisatie sinds die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg toegekend.
De inspecteurs, die begeleid werden door VN-medewerkers, trokken vanuit het hotel naar een onbekende stemming. Sinds de inspecteurs op 1 oktober in Syrië zijn aangekomen, voeren ze hun werkzaamheden in alle discretie uit.
De medewerkers van de OPCW zijn in Syrië aanwezig om toe te zien op de uitvoering van VN-resolutie 2118. Daarin wordt de vernietiging geëist van alle chemische wapens in Syrië.