Orbán zakt verder weg in peilingen: verliest zijn Fidesz-partij de meerderheid?
Over enkele weken trekken de Hongaren naar de stembus om een nieuw parlement te verkiezen. De kiesstrijd in april belooft de spannendste in jaren te worden, want regeringspartij Fidesz van premier Viktor Orbán zou wel eens van de macht kunnen worden verdreven.
Peiling na peiling groeit namelijk de aanhang van Péter Magyar en zijn partij Tisza. In het recentste kiesonderzoek groeide zijn voorsprong met twee procentpunt. De oppositieleider haalt bij de stemgerechtigden elf procentpunt meer dan Orbán.
De voorsprong van Magyar in de peiling is groter des te zekerder kiezers zeggen dat ze zijn. Onder kiezers met een partijvoorkeur scoort de opposant 13 procentpunt beter. Bij de Hongaren die al een definitieve beslissing hebben genomen over hun stem komt de voorsprong op 20 procentpunt.
Als Magyar erin slaagt om Orbán te onttronen, is de vraag hoe groot zijn meerderheid zal zijn. In Hongarije is namelijk een tweederdemeerderheid nodig om bepaalde wetgeving rond pensioenen en belastingen aan te passen.
Ook een grondwetswijziging, bijvoorbeeld om het verbod op abortus en het homohuwelijk te schrappen, vereist zo’n “supermeerderheid”.
Volgens de peiling zijn er echter nog veel twijfelaars. Van alle kiezers heeft bijna een vijfde aangegeven niet te gaan stemmen, niet te weten op wie te willen stemmen of geen antwoord gegeven op de vraag over kiesintenties.
Zowat alle aanhangers van Magyars Tisza-partij (97 procent) zijn van plan om op 12 april naar de stembus te trekken, tegenover slechts 85 procent van de Orbán-kiezers.
De peiling werd afgenomen bij 1.000 Hongaren tussen 18 en 23 februari. Dat gebeurde door Medián, een van de meest gerespecteerde peilingbureaus in het land, in opdracht van ‘HVG’, het grootste opinieweekblad van Hongarije.